Willem Rog

L_001239 1-Edit
Willem Rog (1989)

Locatie: Parade

“In 2014 ben ik in Den Bosch komen wonen en het eerste evenement dat ik toen meemaakte, was de Vestingloop. Dat was heel gaaf om onder de rook van de Sint-Jan te finishen.

Dit is ook het plein waar ontzettend veel gebeurt qua evenementen. Dat geeft me echt regelmatig kippenvel. Bijvoorbeeld tijdens het Boulevardfestival. Daar blijf ik liever voor thuis dan dat ik op vakantie ga. Of laatst, toen de City Jungle van het Lilianefonds hier een aantal dagen de grootste apenkooi van het land had uitgezet.

Maar het mooiste vind ik het hier nog op Nieuwjaarsdag. Als je dan over een compleet verlaten Parade loopt, dan krijg ik daar echt kippenvel van. Dat is een gevoel van thuiskomen voor me.”

% Feitelijke Bosschenaar: 0%
% Gevoels Bosschenaar: 75%

“Ik ben geboren in Vlijmen en heb daar ook heel mijn jeugd doorgebracht. Ik kwam altijd al wel veel in de stad en ik ben hier naar school gegaan. Twee jaar geleden begon ik met werken en ik wilde dolgraag in de stad wonen. Na een korte zoektocht vond ik een prachtplekje midden in het centrum van de stad. En het bevalt me hier heel erg goed, ik voel me ook echt verbonden met de stad. Al moet ik wel zeggen dat ik onlangs ook mijn oog heb laten vallen op een andere mooie stad; Haarlem. Dat is een beetje Den Bosch aan zee, of het Den Bosch van de randstad. Voorlopig blijf ik lekker hier wonen.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“Wat ik heel mooi vind aan de stad, is de saamhorigheid, het ons kent ons en dat mensen elkaar snel helpen. Het Theater aan de Parade is bijvoorbeeld onlangs gesloten vanwege de vondst van asbest en binnen de kortste keren worden zij geholpen doordat de Boulevard ze een tijdelijk onderkomen voor de kassa biedt. Er wordt meteen meegedacht. Er wordt echt naar elkaar omgekeken hier.

Het Jeroen Bosch-jaar vind ik ook supergaaf om als binnenstadsbewoner mee te maken; zoveel toeristen die zich in onze stad en haar historie interesseren dit jaar.”

Wat is er lelijk?
“Het vogelhuisje op de Markt. Het Mariakapelletje. Het Puthuis vind ik nog wel kunnen, maar dat vogelhuisje daarnaast, dat is echt zo’n paal met een vogelkooitje erop. Met Maria achter de tralies. Dat hadden ze beter kunnen weglaten.”

Wat maakt je trots op Den Bosch?
“Dat de stad zich onderscheidt van andere steden. Als je hier door de winkelstraten loopt, is het er altijd netjes, er staan gaan lelijke reclameborden op de stoep. De stad wordt goed schoongehouden. Mede door de stadswachten is de sociale controle ontzettend groot; er is weinig vandalisme. Er wordt ook goed geluisterd door de gemeente; het parkeerbeleid voor bewoners is echt veel verbeterd.

En de Vestingwerken, daar ben ik ook trots op. Het wordt wel steeds meer de Efteling, maar het nieuwe bolwerk aan de Sint-Janssingel, de nieuwe parkeergarage en de Paleisbrug, die zien er echt supermooi uit. Ze vergeten af en toe wel de buitenwijken. Daar zou meer aandacht voor mogen zijn.”

Wat kromt je tenen?
“Toch de carnaval dan, dan ben ik liever de stad uit. Dan is de stad meer een vuilnisbelt dan iets anders. Maar goed, je kunt wel klagen over de stad, als binnenstadsbewoner moet je dat eigenlijk niet doen. Dan moet je accepteren dat er veel gebeurt en dat er weleens rommel ligt na een evenement.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Gezelligheid. Vrijdagmiddag een borreltje drinken in de Uilenburg. Thuiskomen en met vrienden barbecueën op het dakterras met uitzicht op de Sint-Jan, een stukje varen in de stad. Dat geeft echt een gevoel van thuis.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Een soort van ambassadeurschap. Ik word regelmatig aangesproken door mensen die de weg vragen en dan help ik ze altijd en geef ze een tip mee bijvoorbeeld. En dat kunnen ze dan heel erg waarderen.

En met de Running Junkies zet ik soms routes uit door de stad, zodat anderen weer een nieuw stukje van de stad kunnen ontdekken. Maar ik ben nergens vrijwilliger of iets dergelijks. Dat is er nog niet van gekomen.”

Wat zou Den Bosch van een andere stad kunnen leren?
“Als je nou kijkt naar Haarlem, daar zou Den Bosch wel iets van kunnen leren. Een stukje positiviteit. Dat zit voornamelijk in de mensen. We moeten niet zeiken op alles, maar accepteren dat het zo is. Want zeiken, dat kunnen Bosschenaren wel. Het nieuwe theater hier aan de Parade, hou toch op met mopperen en laat dat gewoon bouwen. Met het Museumkwartier is dat ook helemaal goed gekomen, toch? Heb daar vertrouwen in. En natuurlijk zijn daar een paar mooie oude bomen gekapt, maar kijk wat er nu staat. Daar kunnen we toch trots op zijn.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Een vrouw. Ik zou er bijna verliefd op worden. Mijn hart gaat er altijd sneller van kloppen.  Maar ze heeft wel een hard kantje. Niets is hier echt rond; het is hoekig en statisch. Dat bedoel ik visueel, maar ook bestuurlijk bijvoorbeeld. Het straalt ook wel wat robuusts uit. Ik denk dat de mensen de stad vrouwelijk maken en de gebouwen meer mannelijk.”

Heb je een herinnering aan een bijzondere ontmoeting?
“Meer aan een bijzonder moment; 27 februari van dit jaar. Ik zat met een vriend wat bij te kletsen thuis en ineens leek het alsof een shovel of een dieplader door de straat denderde. Toen hoorde ik sirenes en even later bleek dat het pand van Pearle was ingestort. Ik woon daar heel dichtbij, dus dat maakte wel indruk. Die avond vergeet ik niet snel.”