Toon Snoek

l_000138
Toon Snoek (1948)

Locatie: Fort Orthen

“Dit is voor mij het mooiste plekje van Orthen. Ik ben een geboren Orthenaar; ik heb hier negentien jaar gewoond, in de noodwoningen die hier destijds stonden, met uitzicht op het fort. Ik was als jochie altijd hier met vriendjes, hier gebeurde het. En waren we niet hier, dan zaten we in de polder. We waren altijd buiten. We struinden eigenlijk heel de stad af en hebben wel wat boevenstreken uitgehaald. Zie je dat haantje daar, op de kerktoren? Ik had vroeger een windbuks en vanaf mijn ouderlijk huis schoot ik recht op dat haantje. En dan ging het van ‘ting’ en dat had ik hem weer geraakt.

Mijn vader was de toddenboer hier, lompen en metalen noemen ze dat tegenwoordig, vroeger was dat de toddenboer. Hij had hier ook een grote opslag bij het huis, voor alles wat hij ophaalde. Toen de noodwoningen werden gesloopt, moesten we hier weg. We zijn toen naar Orthen Noord verhuisd. Daarna heb ik op ’t Zand gewoond en later ik op verschillende andere plekken, maar altijd in Den Bosch.

De afgelopen jaren is het regelmatig niet makkelijk geweest voor me. Toen heb ik op een gegeven moment besloten dat ik weer zou gaan genieten van het leven. Ik heb mijn hele leven zoveel gezorgd en gesjouwd en gedaan. Het werd tijd dat Toontje zelf weer ging leven. En nu woon ik op de Hoge Klok. Met een prachtig uitzicht; ik kijk over de hele Bossche Broek, ik heb uitzicht tot aan Engelen toe, zeg maar. En ik kan vanuit acht hoog deze kerktoren hier ook zien.

Echt verschil tussen Bosschenaren en Orthenaren is er niet, we zijn allemaal mensen natuurlijk. Maar toch zit er iets. Het is hier wel Orthen. We hebben een eigen kerkhof. En een eigen kerk, natuurlijk. Niet dat ik daar veel ben geweest, hoor. Ik moest wel van mijn vader, hoor. Maar nadat ik er een keer ben flauw ben gevallen, toen ik onderuit ging van de geur van wierook, hoefde ik dus nooit meer.”

% Feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

Wat is er mooi aan Den Bosch?
Ik woon graag in Den Bosch, ik voel me thuis hier, ik zou nergens anders willen wonen. Ik heb alles bij de hand. Het is hier gastvrij en vrolijk; er is altijd wel iets te doen, het is hier nooit saai. Dingen als carnaval, Den Bosch vol muziek en Jazz in Duketown, dat zijn mooie evenementen. Ik kom nu nog maar weinig in de stad, ik heb er niks meer te zoeken, maar de herinneringen aan mijn jeugd, die zijn fantastisch. Ook al kwam ik toen ook niet veel in het centrum. Ik denk dat ik pas op mijn vijftiende voor het eerst echt in de stad kwam, met de carnaval. Verder kwam ik er nooit. We hadden hier alles wat we nodig hadden. Ik leefde hier en we hadden hier lol; mijn vrienden waren hier en die zochten de stad ook niet op. Wij trokken de polder in, gingen ravotten en in de winter gingen we het ijs proberen, net zo lang tot er eentje doorheen zakte natuurlijk.

Het mooiste gebouw van de stad? De Moriaan en de Sint-Jan. En er zijn zoveel pandjes hier die schitterend mooi zijn. Ik kan ze zo aanwijzen, hoor; ik heb er zelf veel gevoegd; Ik ben gevelrestaurateur. Dus ik heb heel veel panden gevels gerestaureerd in de stad. Ik stond ooit eens tegenover het Noord-Brabants Museum knipwerk te maken en toen kwam er een groep mensen met een gids door de straat. Die bleven allemaal naar mij en mijn werk staan kijken. “Meneer, u bent een vakman”, zei een van de dames uit die groep. Dat vond ik wel mooi, dat ik meer aandacht kreeg dan die gids met zijn praatje. De panden die ik gevoegd heb, die zullen altijd blijven staan. De historische panden waarvoor ik het knipwerk heb gemaakt, die staan er over honderd jaar nog. Dat durf ik wel te zeggen. Dat vind ik een mooi idee, dat ik dat nalaat.

Mijn oudste broer is in de Uilenburg geboren, da’s ook een mooi stukje van de stad. Wat ik ook mooi vind, zijn al die wallen om de stad, die allemaal hersteld zijn. Dat hebben ze goed gedaan en die zijn goed gevoegd ook.”

Wat is er lelijk?
“Die nieuwe panden die in de binnenstad staan, die vind ik echt afschuwelijk. Zo’n pand als waar de Bijenkorf zat, of de C&A. Da’s echt verschrikkelijk. Hoe hebben ze dat toch ooit kunnen toelaten? Als je nieuwe panden neerzet, doe dat dan toch met wat historisch besef, bouw in de stijl, maar alsjeblieft geen vierkante betonnen gevallen. Van die recht toe recht aan kolossen. Er zijn teveel oude panden verloren gegaan en er komt teveel rotzooi voor terug. Dat vind ik echt zonde. Ik ben dan ook benieuwd wat er nou gaat gebeuren met het pand van de Pearle of dat pand op de Westwal dat laatst is afgefikt.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Ik weet het niet, maar ik denk meer een man. Den Bosch is heel robuust, dat heeft body. En ik zeg niet dat vrouwen geen body hebben, hoor, maar toch.”

Wat kan Den Bosch nog leren?
“Den Bosch kan nog heel veel leren. Sowieso burgemeester Rombouts, da’s een klojo eerste klas. Hoe die met onze centen smijt, met onze belastingcenten. En wat heeft ie nou klaargemaakt met die Bartenbrug? Da’s echt gênant. Daarvoor zou hij de grond in moeten kruipen en er niet meer uitkomen. Als ik zoiets zou durven te doen, dan word ik geslacht. Die brug die kon gebouwd worden voor niet heel veel geld, maar nee, dat moest en zou iets historisch worden, dat moest een kunstwerk worden. En moet je eens nagaan wat dat heeft gekost. En kijk wat er nu voor brug ligt. Da’s een doodgewone brug, een prima ding, maar dat heeft wel 11 miljoen gekost, geloof ik.

Parkeergarages ook zoiets. Daar gaan we dood aan hier; er zijn er teveel nu. Of die parkeergarage bij het stadskantoor, die automatische, die is nooit gebruikt. Onderzoek zoiets, voordat je het laat bouwen.

Laat ze maar meer transferiums bouwen. Maak die maar. Dan is het verkeer de stad uit en de mensen komen toch wel. Of de verkeerssituatie in de stad. Ik kom weleens in de stad en dan staan er midden op de dag nog vrachtwagens te laden en lossen. En die rijden de hele bestrating kapot en die vervuilen de boel. Ze zouden dat laden/lossen tot 12:00u in de stad moeten toelaten, met een kleine vrachtwagen en verder niet.

Wat ook zonde is, is dat de kelders van heel veel monumentale panden zijn dichtgestort met puin. Dat kun je toch niet begrijpen? Nu letten ze daar beter op, maar hoeveel kelders er zijn verdwenen over de jaren. Doodzonde.”

Heb je een herinnering aan een bijzondere ontmoeting?
“Mijn mooiste ontmoetingen waren vroeger met de Sinterklaas. Dan waren we met tien van die schoffies en dan gingen we bij de intocht knolletjes gooien naar de Sint en zijn Pieten. Dan richtten we op zijn mijter en op de Pieten en al. Eén keer heb ik hem zijn mijter afgegooid. En dan kwamen die Pieten achter ons aan, maar die kregen ons toch nooit te pakken. Wij wisten overal de weg en we waren veel te snel. Dus, ja mijn ontmoetingen met Sinterklaas, dat zijn wel heel mooie herinneringen.”

Als jij zou mogen kiezen, wie zou dan de volgende burgemeester van Den Bosch moeten zijn? (wie dan ook, zonder na te hoeven denken over of dat realistisch is) “De burgemeester van Boxtel, Buijs, da’s een goeie vent. Die is recht voor zijn raap. Een vent uit het leven. Die draaien ze geen doekjes voor zijn neus. Die heeft het ook goed gedaan met de asielzoekers, toen. Dat heeft hij heel goed gedaan; in kleine groepjes in plaats van groepen van honderden bij elkaar. Dat gaat daar heel goed, volgens mij.”