Ton Rombouts

L_000389-bewerkt
Ton Rombouts (1951)

Locatie: Het Bossche Broek/De Grote Hekel

“Wij zijn hier twintig jaar geleden komen wonen, nadat we een huis gekocht hadden aan het Bossche Broek. En ik wist dat dit een supermooie plek was; de overgang van rood naar groen. Van stenen stad, van oude stad naar het groen van het ‘wetland’, het moerasgebied, waar vogels huizen en waar af en toe nog een ree voorbijkomt. En in de tijd dat we ons huis kochten, liep ik nog hard (toen deden mijn knieën het nog). De eerste keer dat ik hier door het Bossche Broek rende, dacht ik meteen van ‘wauw’.  Ik voelde hier de wind alsof je aan zee bent, maar als je een beetje doorloopt, kom je in de schaduw van die middeleeuwse kathedraal. Als je in de tuin bent, dan is het net alsof je op vakantie bent, zo vrij voelt het hier. Maar als je weg moet, weet je ook dat je bijna aan de muur staat van een historische stad, die je na een paar minuten lopen naar het Theater of de Sint-Jan of het stadhuis brengt. Ik fiets hier ook heel graag, het liefst elke dag. Een uurtje van thuis door het Bossche Broek naar Haanwijk en het De Gruyterbos en weer terug. Door het werk lukt dat natuurlijk niet altijd.”

% Feitelijke Bosschenaar: 0%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Als mij gevraagd wordt of ik een Bosschenaar ben, zie ik dat eigenlijk wel als een belediging. Ik accepteer de vraag natuurlijk, want ik ben hier inderdaad niet geboren en getogen, maar ik heb dat al heel vaak gehoord. Maar wat is nou het verschil tussen iemand die hier geboren is en een beetje met de rug naar de samenleving leeft, en iemand die hier 22 jaar geleden is komen werken en zijn ziel en zijn zaligheid gegeven heeft, om de stad te helpen groeien en bloeien. Ik voel me zó Bosch, zo van Den Bosch, zo bij Den Bosch. En alles van Den Bosch heb ik willen aaien, aanraken, duwen, trekken, dat ik denk ‘wat moet ik eigenlijk nog meer doen om Bosschenaar te zijn?’ Ik voel me dus 100% Bosschenaar. Maar ik voel me ook een echte Brabo. Toen ik nog in Den Haag werkte, dacht ik al ‘ik wil terug naar Brabant, naar huis om Brabant te helpen om ons deel van de belastingcenten uit Den Haag terug te krijgen.’ En dat is nog een hele toer, want dat krijgen we niet terug. Maar daar heb ik me voor willen inzetten.
En los daarvan: je hoort bij allerlei kringen; bij je familie, je vrienden, je sportclub, je culturele interesses etc. En zo ben je mens, denk ik, in al die kringen. En bij de Bosschenaren horen, dat is er eentje van.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“Als je het wetenschappelijk benadert… Ik las laatst ‘de Atlas der Gemeenten’ door Gerard Marlet [een jaarlijks verschijnend onderzoek]. Daarin staat te lezen dat een stad die een mooie historische omgeving heeft (en dat is gewoon geluk hebben, dat je van je voorouders zoiets geërfd krijgt) in combinatie met een mooi cultureel programma – en cultuur dan in heel brede zin van het woord – dat die een voorsprong heeft op andere steden om economisch en qua veiligheid te groeien. Dat is wel mijn missie geweest in Den Bosch. Die heb ik zo’n beetje vanaf dag 1 kunnen ontwikkelen. Met o.a. het idee dat cultuur de economie goed zal doen. Daar ben ik op gaan werken. Zie het Jeroen Boschjaar als een groot project in deze context. Voor mij geldt: een stad die investeert in cultuur, cultuur, cultuur (want dat is gewoon heel belangrijk) en in sport en in onderwijs, met die stad zal het economisch goed gaan.’ Als je in cultuur, sport en onderwijs investeert maak je nou eenmaal ‘volle’ mensen. Het beste tegengif tegen werkloosheid is een diploma. Het beste tegengif tegen vandalisme is sport. En cultuur helpt je om van je vooroordeel, van je angst voor de vreemdeling, van je starre blik op de wereld af te helpen. Daar geloof ik heilig in.”

Als je nu burgemeester van de stad zou worden, zou je dan dezelfde insteek hebben?
“Ja. Natuurlijk zal mijn opvolger andere accenten leggen. Dat is ook goed en dat is ook de moeite waard. Je hebt natuurlijk de vrijheid om keuzes te maken die een ander misschien anders zou doen. Maar ik geloof er heilig in dat die drie pijlers zo belangrijk zijn. Ik kan daar een dag lang over vertellen. Omdat ik er zo in geloof voor een stad. En zeker ook voor Den Bosch. Ik spreek regelmatig bestuurders van andere steden in binnen- en buitenland en met hen heb ik het ook over het belang van cultuur, sport en onderwijs. Zo sprak ik de burgemeester van een kleine stad in Kroatië over cultuur. En hier is investeren in cultuur in zekere zin een luxe, maar daar is het echt een noodzaak. Hij zei: ‘de mensen staan nog zo tegenover elkaar [na de oorlog], ik krijg ze niet met elkaar aan de praat. Maar via muziek en dans, lukt dat me wel.’ Dat is dus een van de grote krachten van cultuur.”

Is het Jeroen Boschjaar te zien als de kers op de slagroom van de taart van het burgemeesterschap?

“Ja, natuurlijk. Maar er zijn meer dingen waar ik heel blij mee ben. Er zijn eigenlijk drie dingen die voor Den Bosch op de lange termijn behulpzaam zijn. Dat is dat iedereen nu snapt dat als je in grote projecten – zoals het Jeroen Boschjaar – investeert, dat iedereen daar beter van wordt. De horeca, de winkels, het opknappen van de stad, we hebben de blauwe engelen eraan over gehouden, we hebben een andere opstapplaats voor de rondvaarten op de Binnendieze. Maar ook de gewone man zal merken dat Den Bosch sterker is. En doordat de stad nu sterker is, kan er ook in sociale projecten geld gestopt worden.

Het tweede is het JADS aan de Sint-janssingel; eindelijk universitair onderwijs, hoe klein het nu ook is. Ik zou hier over 10 jaar graag staan en eens kijken hoeveel studenten zij dan hebben. Ze zijn met 40 begonnen en zitten nu al op 150, geloof ik.

En het derde is de Agrifood Capital. Dat is echt een soort brainport voor deze regio voor de komende decennia. Een keuze voor de voedingssector. Gezond eten, dat hebben we allemaal nodig, zeker nu we allemaal ouder worden en willen worden. En daar zijn we hier van oudsher goed in. We hebben de kennis en kunde in huis en de kunst is om hem te vermarkten voor de toekomst en daar ook weer werkgelegenheid uit te kunnen halen voor de volgende generaties.”

Wat is een misser die je zou durven noemen?

“Nou ja, kijk, de successen doe je niet alleen en de zeperds ook niet natuurlijk. Maar ik baal er als een stekker van dat het in 21 jaar tijd niet gelukt is om een nieuw theater te krijgen. En dat is zo’n noodzaak voor deze stad. Elk dorp heeft een gemeenschapshuis nodig, niet om zomaar eens iets leuks te doen, maar om het collectieve zelfbewustzijn van zo’n gemeenschap op een aantal momenten in het jaar samen te kunnen beleven en te voeden. Dat je met duizend mensen bij elkaar bent. En zo’n theater is niet alleen nodig voor zo’n voorstelling – ja, daar is het ook heel hard voor nodig, om het culturele klimaat hier goed te houden, om mensen een mooi cultureel programma aan te kunnen bieden – maar het is nog meer nodig op die momenten dat we iets te vieren hebben en je zoekt naar een grote zaal. Deze stad heeft gewoon een plek nodig waar duizend mensen een aantal keer per jaar samen kunnen komen om samen te vieren. Van carnaval tot nieuwjaar of weet ik wat.

Ik baal er ook enorm van dat we niet de goede keuze hebben gemaakt voor de stenen op de markt. Dat is een ramp voor oudere mensen en voor dames op hakken. En de rellen van een aantal jaar geleden, daar had ik ook sneller of beter kunnen ingrijpen. Maar goed, zo gaat dat.”

Waar ligt nu de grootste uitdaging voor de stad?

“Ik denk niet dat je zo snel in nieuwe uitdagingen moet zoeken, maar dat je vooral moet kijken naar de dingen waar we al goed in zijn. En die verder verbeteren. Dat is vaak een verstandige keuze: kijken waar je al goed in bent, om dat uit te bouwen. In plaats van iets wilds en nieuws te willen beginnen. Toen ik hier net begonnen was, werd mij ook gezegd: “We moeten Parijs – Dakar hier naartoe halen.” Maar ja, hoezo? Dat hoort in de woestijn, hè? Je moet iets zoeken wat bij je past. En Jeroen Bosch voelde zo goed bij iedereen, dat paste gewoon bij de stad.

Kijk, ook dat Agrifood, dat past bij de regio hier, vanuit het gegeven dat de voedingsindustrie hier al zat, maar we hebben hier ook hoger agrarisch onderwijs. We hebben dus de kennis in huis, we hebben het bedrijfsleven in huis en dat kun je uitbouwen. Met de Jheronimus Academy of Data Science (JADS) is dat hetzelfde; die data science, dat is voor de komende decennia ook een groeisector. Dus bouw dat uit. Ga nu al nadenken waar het JADS straks naartoe moet als ze uit dit klooster zijn gegroeid. En help ze vooruit.

Het derde is: het Jeroen Boschjaar moet een vervolg krijgen. Het is heel jammer dat dat nog niet goed in de steigers staat. Maar ik troost me wel met de gedachte dat hét provinciaal museum in Den Bosch staat. En dat is een heel sterk museum, dat ook zonder inmenging van de gemeente een nieuwe tentoonstelling zou kunnen organiseren, zelfs met slechts één van de schilderijen van Jeroen Bosch, die ze in 2016 daar niet hadden hangen.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Ik denk dat die brede bek, die zit echt wel diep in de Bosschenaren – dat merk ik zelf natuurlijk ook heel vaak – dat is iets mannelijks; het Bourgondische, een beetje dat stoer doen, iets teveel feesten en niet op kunnen houden met carnaval vieren. Maar ik vind deze stad ook wel typisch vrouwelijke aspecten hebben; het zorgzame, aandacht voor de ander, een hele hoge mate van vrijwilligerswerk.”