Stijn Ariaens


Stijn Ariaens (1973)

Locatie: Het paleiskwartier

“Hier hangt een nieuwe, frisse energie. Ik kom hier regelmatig en ik vind het fijn dat Den Bosch een nieuw hoekje heeft, een nieuwe buurt. Hier hangt de energie dat er nieuwe, spannende dingen kunnen gaan gebeuren, nieuwe ruimtes gecreëerd kunnen worden. De architectuur is ook goed. Ik hou er erg van om door steden te zwerven en daarom vind ik het hier fijn, om die nieuwe energie in de stad te voelen. Ik vind de nieuwe brug ook heel mooi, om er overheen te lopen. Alleen met de fiets is het een crime. Als je die in die geul probeert mee te nemen, da’s niet te doen.”

% feitelijke Bosschenaar: 60%
% Gevoels Bosschenaar: 80%

“Ik ben geboren in Geldrop en heb in mijn jonge jeugd even in Helmond gewoond. Daarna zijn we naar Rosmalen verhuisd en toen ik het huis uitging, ben ik – na een paar jaar reizen – wel bewust in Den Bosch gaan wonen.
Ik voel me 80% Bosschenaar, maar als je veel gereisd hebt, dan – en dat klinkt vast stom – maar dan voel je je toch ook meer wereldburger dan alleen maar inwoner van de stad waarin je terecht bent gekomen.”

Wat vind je mooi en lelijk aan Den Bosch?
“De Uilenburg vind ik heel mooi, daar loop ik graag rond. Het Bossche Broek vind ik ook fijn. Soms gaat het vervelen, want zo groot is het niet, maar we moeten heel blij zijn dat het er is. Het buurtje achter de Schilderstraat, dat vind ik erg leuk. De Verwersstraat is een hele mooie straat, die zijstraatjes daar ook. En de Verkadefabriek blijft een fijne plek in de stad.

En lelijk?
De Markt. Daar staat geen boom, het is kaal. Het is er doods. Ik denk dat als daar wat bomen geplant worden, dat de sfeer veel beter wordt. Dat lijkt me wel fijn om de markt wat meer leven te geven. Ik vind het nu een kale, lege bedoeling. En die put. Ja, da’s toch een beetje Efteling, dat vind ik maar een raar ding.”

Wat maakt je trots op Den Bosch?
“Je hoort mensen vaak zeggen dat wij gemoedelijk zijn. Dat we heel open zijn en makkelijk communiceren en niet uit de hoogte. Bosschenaren zijn lekker nuchter, bescheiden en toegankelijk. Dat zijn wel mooie kwaliteiten, denk ik.”

Wat kromt je tenen?
“Ik ben niet zo’n carnavalsfiguur, maar het is wel opvallend wat er qua vergunningen enzo allemaal kan met carnaval en Jazz in Duketown, bijvoorbeeld. Maar als er dan een ander festival of een jongerenactiviteit een beetje herrie wil maken, dan is het al snel moeilijk met vergunningen en gevaar voor geluidsoverlast. Dat vind ik wel lastig, dat bepaalde evenementen heel erg voorrang krijgen. Dat is natuurlijk ook een kwestie van smaak, maar met die conservatieve evenementen heb ik niet zoveel. Soms is het gewoon jammer dat daardoor dingen de kop in worden gedrukt.”

Wat kan Den Bosch nog van een andere stad leren?
“We moeten meer de focus leggen op jongeren. Daar kan de stad echt nog wat leren van andere steden. Er zijn best wat jongeren met plannen om hier iets te doen, maar je loopt dan zo snel tegen problemen met vergunningen aan. Naar jongeren wordt nog niet genoeg geluisterd. Bijvoorbeeld bij het oude Theater Bis, daar hadden verschillende jongerenorganisaties plannen om toffe dingen te gaan doen, toen dat te koop stond. Het enige dat de gemeente had hoeven zeggen is ‘wij kiezen voor jullie’ en vervolgens was het vanzelf een heel spannende plek geworden. Daar was echt niet zo veel geld voor nodig. Dus heb lef, creëer die voorwaarden en laat het vervolgens zijn gang gaan. Er is echt veel meer mogelijk.

En we mogen iets meer mee met de wereld. Den Bosch is toch nog steeds een dorp. We moeten iets meer mee met de moderne ontwikkeling van de grote steden. We zijn natuurlijk geen grote stad, dus misschien hoort het er ook wel bij, dat je naar Amsterdam of naar Rotterdam moet gaan om die energie, die mensen, die verschillende talen om je heen te horen. We zijn een beetje boersig en provinciaals. Dat heeft zijn charme, maar het mag ook wel iets wereldser.”

Den Bosch M/V
“Den Bosch is een vrouw. Want hij is heel zacht. Hij, ja. [lacht] De stad is easy going, open en toegankelijk. Het is gemakkelijk om met Den Bosch en de Bosschenaren contact te maken. Ik hoor ook vaker van mensen van buiten de stad dat we toegankelijk zijn en makkelijk babbelen. Mensen vinden dat wel fijn, die Bossche gezelligheid.”