Rinske van Kasteren

l_000047-edit
Rinske van Kasteren (1978)

Locatie: Zusters van Orthenpoort

“Hier huist het secretariaat van de Oeteldonkse Club, het hart van organisatorisch Oeteldonk, naast de bouwhal natuurlijk. Ik zit in de ministerraad van de Oeteldonkse Club en doe de pers, publiciteit en communicatie. Ik werk met een club van zo’n 25-30 vrijwilligers, die zich enorm voor de club inzetten. Ik zorg ervoor dat de Oeteldonkse Club op de juiste manier in de media verschijnt. Iedereen werkt hier op vrijwillige basis en daar gaat natuurlijk veel tijd in zitten, maar we doen het allemaal met heel veel liefde voor Oeteldonk. En het unieke hier is, dat we nooit een tekort hebben aan vrijwilligers; dat is op andere plekken wel anders. Dat zegt echt iets over hoe carnaval hier in de stad leeft en dat er dus veel mensen een gevoel bij hebben.

Ik vind dit een heel mooi pleintje. Het ligt midden in de stad en toch is het er heel rustig en vredig, alsof je in een parkje bent waar verder niemand is. En dat is bijna contrasterend met het grote volksfeest dat we grotendeels vanuit hier organiseren. Dit is een plek waar ik vaak kom en steeds valt me weer op hoe stil het hier is, midden in de stad. Dat soort plekjes is wel echt bijzonder, van die verborgen pareltjes.”

% Feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Ik ben geboren in de Aawijk en op een gegeven moment ben ik met mijn ouders verhuisd naar Berlicum. Toen ik ging studeren heb ik even in Tilburg gewoond, maar daarna vooral weer in of rond Den Bosch. Tegenwoordig woon ik in Rosmalen, maar mijn leven speelt zich wel echt hier in de stad af. Voor mijn werk als zelfstandige ben ik veel in de stad en ik bemoei me graag met wat er gebeurt in Den Bosch. Afgelopen jaar heb ik bijvoorbeeld het gastheer/gastvrouw-project rondom het Jeroen Bosch-jaar mede opgezet. Dat is behoorlijk succesvol gebleken en er wordt nu gekeken of dat voortgezet kan worden.

Ik voel me zeker 100% Bosch, geen twijfel. En ja, wat is dat dan? Dat is het gevoel dat je hebt bij de stad. Ik kan Den Bosch ook echt missen als ik er niet ben. Afgelopen zomer ben ik vier weken in Frankrijk geweest – en daar heb ik het heel erg naar mijn zin gehad, maar daarna ben ik echt blij als ik weer door de stad kan lopen en zijn. Het is de sfeer, het je thuis voelen, de mensen die je tegenkomt; het is echt een dorp hè, ons kent ons. Ik kan overal binnen stappen en ik kom altijd wel iemand tegen. Het vertrouwde, het veilige. Er zijn natuurlijk veel meer mooie steden, maar dat knusse en kneuterige van de stad spreekt me heel erg aan. Het is ook een kleine, compacte stad. Ik ben wel trots op mijn stad. En dat zie je bijvoorbeeld ook bij het vrijwilligersgebeuren rondom carnaval of dat gastheer/gastvrouw-project: daar hadden we binnen no-time 350 vrijwilligers die zich minimaal twee dagdelen per week wilden inzetten voor de stad. En heel veel vrijwilligers noemden in de gesprekken die ik met ze had letterlijk dat ze zo trots zijn op de stad en dat ze Den Bosch zo graag willen laten zien aan anderen. Dat herken ik absoluut.

Ik ben ook wel kritisch, ik vind ook dingen niet goed gaan, maar ik kan me niet voorstellen dat ik ergens anders zou wonen.”

Wat vind je mooi aan Den Bosch?
“Er zijn heel veel pareltjes in de stad, prachtige panden. Daar zit ook wel een andere kant aan, dat het soms ook wel erg de Efteling wordt. Ik vind de put op de markt dan ook helemaal niks. Dat had voor mij echt niet gehoeven. Zo’n nieuw gedeelte als het Paleiskwartier vind ik mooi, het Bossche Broek is natuurlijk fantastisch, de Uilenburg waar altijd wel iets te beleven valt, de Binnendieze; de stad heeft zoveel mooie plekjes. Maar kijk ook eens naar boven, naar de gevels en je ziet hoe mooi die pandjes bijna allemaal zijn. Maar we moeten ook oppassen dat we niet teveel alleen het mooie benadrukken; het moet ook wel een beetje aantrekkelijk blijven voor verschillende groepen, het moet niet de stad van je moeder worden. De vraag is natuurlijk: ‘Is dat erg?’ Je kunt daar natuurlijk voor kiezen, net als Eindhoven ervoor kiest om designstad te zijn. Maar je moet er ook voor zorgen dat je jongeren niet wegjaagt. Je moet wel open blijven staan voor die nieuwe generaties. En die generaties moet je ook aan elkaar proberen te verbinden. Dat is wel heel tof wat er nu hier gebeurt, binnen mijn commissie bij de Oeteldonkse Club; de deuren van dat mannenbolwerk staan nu open en het is superleuk om te zien hoe iemand van 86 samenwerkt met iemand van 20 die heel hip is en van alles wil doen. En die oudere die dan zijn grote kennis van het spel, de tradities en de rollen binnen Oeteldonk deelt met die jongen. Dat vind ik ook heel tof, om samen te werken met jong en oud.

De mensen hier zijn ook mooi. Grote bek, klein hartje, dat is wel echt hier. We hebben weleens een te grote bek, of we trekken een te grote broek aan, maar we hebben wel het hart op de goede plek.

Het carnavalsspel zoals we dat hier spelen, dat is echt prachtig. Dat spel wordt tot in de finesses gespeeld. Dat vind ik supergaaf om te zien. Mensen zetten alles opzij voor die drie dagen Oeteldonk, dat wordt zo intens beleefd, dat is heel bijzonder.”

En lelijk?
“De put dus. Het ding dat er nu staat, maar ook het gesteggel en gekonkel voordat de put er kwam. Het oude theater aan de parade ook. Ik ben blij dat er nieuw theater komt. Ik vind het nieuwe ontwerp heel erg mooi. Op die plek zo’n modern gebouw, dat gaat wel werken. Dat geeft een fijne spanning tussen die gebouwen aan de Parade onderling.

Hoewel er meer ruimte komt voor vrouwen, vind ik Den Bosch op bestuurlijk niveau nog wel echt een mannelijke stad. We zijn hier erg van de eilandjes, wat me blijft verbazen. Ik denk dan ‘waarom zoeken we elkaar niet op?’, want dan is die bezig ergens mee bezig en een ander is dat dan ook, zonder het van elkaar te weten. Als we elkaar dan de hand toereiken, dan kunnen we samen veel meer.

Bij B&W mag best wat meer schwung in komen. Ze doen het op zich vast goed, maar als je het plaatje ziet, dan denk ik wel ‘jeetje, is dit het dan?’ Dat mag wel een beetje afgestoft worden. En dat is ook wel kenmerkend voor deze stad.

Ja, en die Bartenbrug natuurlijk. Dat is echt lachwekkend. Dat is zo’n voorbeeld van die grote broek die we soms aantrekken. En daar zijn we aardig mee op ons bek gegaan natuurlijk.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Een veilig en vertrouwd gevoel. De gezelligheid, de sfeer, ons kent ons. Maar ook een stukje inspiratie, wat positief maar ook negatief kan zijn. Mijn betrokkenheid bij de Oeteldonkse Club kwam eigenlijk vanwege mijn idee dat daar veel meer jonge mensen bij betrokken moesten worden.

Er gebeuren hier zoveel mooi dingen op cultuurgebied in de stad, er is zoveel creativiteit en het is zo jammer dat ook zoveel initiatieven niet zichtbaar (mogen) zijn. Daardoor trekt al die creativiteit naar het westen, omdat dat we er hier geen podium voor hebben. Maar die creativiteit is er, dus laten we ons best doen die ook hier te houden, zodat de stad daar optimaal van kan profiteren. Het is prachtig om mensen bij elkaar te zetten en dan te zien wat er gebeurt, dat is enorm inspirerend.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Ik denk dat ik wel een verbinder ben, dat ik mensen goed bij elkaar kan zetten, waardoor er iets ontstaat. Soms heeft dat wat tijd of wrijving of extra energie nodig, dat gaat niet altijd vanzelf, maar ik zie wel steeds dat er dan echt iets ontstaat. Ik vind het prachtig om te zien wat dat dan oplevert. Ik weet denk ik mensen bij elkaar te zetten die elkaar kunnen versterken en daarmee de stad wat mooier en beter maken. Ik hoop de stad ook te inspireren met mijn eigen creativiteit.”

Wat maakt je trots op Den Bosch?
“Ik vind het echt heel mooi om te zien dat in de afgelopen vijf jaar bij de Oeteldonkse Club jong en oud echt zijn gaan samenwerken. En om te zien dat daar ook echt vriendschappen ontstaan. Ik heb die deur naar verjonging hier in de club open gezet en ik denk dat dat ook zijn weerspiegeling heeft in andere ministeries. Willen we dit prachtige feest behouden, dan zullen we het toch moeten gaan doorgeven en niet krampachtig bij ons houden en dus de jongeren ook de kans en het vertrouwen geven. En het is prachtig om te zien wat zij dan allemaal maken, bedenken, realiseren. Ik vind het echt heel mooi dat ik daar een bijdrage aan kan leveren.

Als de passie van mensen er niet meer is, dan kunnen wij dit niet doorgeven. Dus dat vonkje moeten we blijven aanwakkeren. En dat lijkt hier gelukkig heel goed te gaan. De deur staat open en er zijn veel meer jonge mensen betrokken.”

Welke ambitie mag de stad nog meer hebben?
“Ga vooral zo door. Het gaat goed in de stad; er hangt een lekkere sfeer. Maar heb wel oog voor nieuwe initiatieven. Kom niet steeds terug bij dat oude vertrouwde groepje waaraan je advies vraagt, maar klop ook eens aan bij een nieuwe groep; vraag wat hoe zij de stad ervaren, hou die blik open. Straks moeten anderen het gaan doen, dus daar moeten we wel op voorbereid zijn. Zonder overigens uit het oog te verliezen wat we hier aan cultuur en tradities hebben.

We zouden elkaar ook wel vaker mogen vinden, we zouden wat meer van onze eigen eilandjes af mogen komen. Dus ja, toch meer bruggen bouwen. Daar zijn we nog niet zo goed in, ook gezien bijvoorbeeld de Bartenbrug, dus daar ligt een mooie uitdaging.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Allebei, denk ik. Het vrouwelijke is het mooie, het sierlijke, de gezelligheid, de sfeer. En het mannelijke zit hem wel in de lompheid en brutaliteit die je hier tegen kunt komen. Die te grote broek aantrekken, dat is ook wel echt Den Bosch. De voorkant is echt vrouwelijk, maar aan de binnenkant is de stad nog echt mannelijk. Er komt steeds meer een vleugje vrouw in, dat er vanuit het gevoel en vanuit het sociale wordt gekeken naar dingen, maar dat mag nog wel wat meer, hoor.”

Herinnering aan een bijzondere ontmoeting
“Wat ik altijd een heel mooi moment vind, is toch wel de zondagochtend van carnaval, als we dan net de Hoogheid van de trein hebben gehaald en met de roltrap naar beneden gaan en daar al die mensen zien staan. Dat is echt kippenvel. Ik sta daar dan natuurlijk heel dichtbij; ik begeleid hem dan naar de pers. Dat is ook voor ons echt het eerste moment dat we de Hoogheid weer zien en dat is in het spel echt een heel speciaal moment.

En om bij carnaval te blijven:
Ik heb ook een keer in het bakje gestaan bij de onthulling van Knillis op de Markt. Toen heb ik ook met open mond staan kijken, dat is echt magisch om te zien wat er dan allemaal staat. Dat is zo mooi om te zien en dan ook te beseffen dat we blijkbaar echt iets raken bij zoveel mensen.”