Nicole de Koning

L_000833-bewerkt
Nicole de Koning (1972)

Locatie: Op het stoepje bij Het Warm Onthaal, Hinthamerstraat

“Ik heb eigenlijk altijd in de binnenstad gewerkt en gewoond en de laatste negen jaar ook steeds in deze hoek. Ik heb hier iets verderop eerst een kleine supermarkt gehad, een paar jaar later kwam Het Warm Onthaal erbij. Toen ben ik hier ook komen wonen, dus heel dit hoekje voelt als een dorp in een grote stad. Iedereen kent elkaar en dit café heeft een buurtfunctie gekregen. Het is een ontmoetingsplek geworden. Hier komt veel samen, de Antoniegaarde, het inloopschip zit iets verderop, onze eigen cliënten die hier komen. Het is een fijn hoekje. Niet zo groot als de Uilenburg of de Korte Putstraat. Het is hier wat kleiner en gemoedelijker. De ondernemers gunnen elkaar ook heel veel, helpen elkaar. Dat is iets wat ook echt bij mij past.”

% feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Ik ben geboren in Den Bosch. Op mijn 17e ben ik gaan reizen en daarna ben ik hier weer teruggekomen en ben nooit meer weggegaan. Ik voel me en ben een echte Bosschenaar, dit is gewoon thuis. Ik ben van mijn 17e tot mijn 24e veel weggeweest, maar iedere keer als je dan thuiskomt en je je ook echt thuis voelt, dan weet je dat er weer bent. De stad past me als een jasje.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“Ik hou van het dorpse, maar ook van het pittoreske en de historie. Dit pand bijvoorbeeld heeft verschillende historische elementen; hierbuiten zitten nog twee oude waterbakken voor paarden. Dan kan ik me echt afvragen hoe dat vroeger ging. Dan kwam je hier aan met paard en wagen, zette je paard buiten bij die bakken en dan kwam je een brandewijntje drinken en dan stapte je weer op je wagen. Dat vind ik mooi om over te filosoferen; ik ben ook wel een ‘sucker’ voor historie.”

Wat is er lelijk?
“Echt lelijk? Bruggen. Dat is een combinatie van lelijkheid en onvermogen. Die Paleisbrug vind ik heel lelijk, da’s te modern. Maar de parkeergarage op de Hekellaan vind ik weer heel mooi. En die put, da’s ook weer zoiets. Daar snap ik niks van.
En kijk eens naar de Bartenbrug. Als je bedenkt hoeveel mensen hier gebruik moeten maken van de voedselbank en je gaat als gemeente dan zo knullig om met dat soort grote projecten, dan ben je niet echt bezig met het welzijn van je inwoners. Dat neigt dan meer naar prestige dan iets anders. Leg dat ook maar eens uit aan Bosschenaren, die het al niet makkelijk hebben. Die worden gekort op hun uitkering omdat ze een keer niet gesolliciteerd hebben, maar zo’n Bartenbrug, daar worden miljoenen in verspild. Dan is de verhouding zoek. En daar kan ik me wel kwaad om maken. Maar ik heb niet de hoop dat ik daar iets aan kan veranderen. Zulke dingen zullen blijven gebeuren. Ik wil met Het Warm Onthaal vooral laten zien dat het ook op een andere manier kan.”

Wat maakt je trots op Den Bosch?
“Dat zit in het feit dat de historie hier zo mooi behouden wordt, maar bijvoorbeeld ook in de kleurrijke figuren die we hier hebben en hadden, zoals natuurlijk Jeroen Bosch, maar ook Janus Kiepoog en Pietje met zijn dikke sigaren. Die mensen zijn onderdeel van het straatbeeld. Iedereen wordt in zijn waarde gelaten en ook dat maakt Den Bosch Den Bosch. Daarin zit ook een saamhorigheid die prettig is, en nodig.

De Bosschenaren gunnen elkaar veel. De horeca hier, die helpt elkaar, wat niet overal in de stad zo is. Bijvoorbeeld de chef van Cubanita, hier schuin tegenover, die komt één keer in de week naar ons toe, puur om de jongens die hier in de keuken staan, iets anders te leren dan wat wij hier doen.”

Wat kromt je tenen?
“De bestuurlijke keuzes af en toe, zoals de Put en de Bartenbrug. Wat ik ook jammer vind is dat er op bestuurlijk niveau – er is aardig wat creativiteit in Den Bosch, als het gaat om cultuur en muziek en aan alle kanten wordt de kraan dichtgedraaid, waardoor er steeds minder mogelijk is om te doen. Het moet allemaal op eigen kracht. Dat is overigens niet per se verkeerd, want als je echt iets wil, dan zet je je schouders er maar onder en wellicht lukt het. Maar bijvoorbeeld de Azijnfabriek, daar krijg ik echt kromme tenen van. Nu moeten zij daar weg, omdat dat pand als opslag gebruikt moet gaan worden voor archeologische vondsten. Zet dat ergens in een loods op een industrieterrein. Want je wilt niet weten wat voor doelgroep de Azijnfabriek bedient, met hun lunchconcerten en zo. Er zijn diverse groepen, waar eenzaamheid heerst, die zij bedienen. En dan moeten zij daar weg, voor opslag? Die opslag is natuurlijk nodig, maar waarom moet dat nou daar?”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Dat ik kan doen wat ik doe met Het Warm Onthaal. En de gemoedelijkheid die hier heerst, maakt het voor mij gemakkelijker om dit te doen. Ik heb ook een tijd een vestiging in Groningen gehad, maar daar heerste zo’n andere mentaliteit. Hier is het menselijker en gemoedelijker.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Wij werken met een groep die eigenlijk is afgeschreven, of die wordt bestempeld als zeer moeilijk bemiddelbaar. Dat is een groep die de stad veel geld kost. Maar wij halen ze wel van de straat. Daardoor worden minder bushokjes vernield, is er minder overlast op straat en: wij kosten niks. Uiteindelijk leveren we de stad zelfs iets op. Want die mensen gaan wel door en hebben uiteindelijk een baan. Dus daarin leveren we wel echt een bijdrage aan de stad.
Wij werken alleen maar met mensen, die al meerdere keren een niet-succesvol re-integratietraject hebben gehad, waartegen de overheid letterlijk zegt: “het potje met geld is op”, of mensen die niet passen binnen het aanbod van re-integratie waartegen men dan zegt: “Jij bent niet gemotiveerd.” Terwijl dat een groep is die niet past binnen brede regelgeving, omdat die maatwerk nodig hebben. En als je ze dat weet te bieden, dan lukt het wel. En dat doen we hier al bijna 15 jaar, geheel op eigen kracht, ongesubsidieerd. Ons werk moet een olievlek zijn, die steeds verder over de stad wordt verspreid. Hoe meer mensen hier komen voor een avondje of een feest o.i.d., hoe beter wij ons werk kunnen doen en deze mensen helpen.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Een vrouw. Daar hoef ik niet over na te denken. Een man staat voor robuust en hard. Een vrouw is zacht en rond. Den Bosch is een mooie volle Rubensvrouw, een gezellig lekker moeke, da’s Den Bosch.”