Mieke de Koning

L_001198-bewerkt
Mieke de Koning – van Rosmalen (1949)

Locatie: Verwersstraat
“We staan hier voor mijn ouderlijk huis in de Verwersstraat. En daar heb ik hele goede herinneringen aan. Het was eigenlijk één grote familie, de hele straat. Hiertegenover heb ik mijn eerste glas champagne gedronken. Hier ben ik volwassen geworden. Hier heb ik mijn man leren kennen, dus ja, heel wat herinneringen.”

% Feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Ik ben geboren op de Koningsweg en van daaruit zijn we verhuisd naar de Verwersstraat. Mijn opa woonde daar al, en wij zijn toen in eerste instantie op de bovenverdieping gaan wonen. Toen hij verhuisde naar Vught, zijn wij naar beneden gegaan. Hier heb ik tot en met mijn middelbare school gewoond.
Ik ben in de binnenstad opgegroeid. Mijn peettante was hoofd van de toenmalige Mariaschool, achter de Hooge Steenweg, dus daar moest ik ook naartoe.

Ik voel me honderd procent Bosch, daar valt niet aan te tornen, daar zit nog geen kwart procent iets anders bij. Dat is lastig uit te leggen waar dat in zit, maar zodra je buiten de grens komt, wil je toch terug. Da’s heel raar, maar ik ga ook bijna nooit op vakantie. Vroeger wel, maar naarmate ik ouder word, denk ik vaak ‘ach ja, dat kan ik hier ook allemaal ook hebben, dus waarom zou ik weggaan?’

We wonen nu net buiten de stad, maar we komen binnenkort weer terug naar het centrum. Dus dan gaan we het uitgaansleven van Den Bosch weer onveilig maken.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“Den Bosch is in zijn grootsheid heel klein en lief. Het heeft de uitstraling van een grote stad. We worden gezien door velen als machtig, krachtig, maar van de andere kant is ie hij ook heel klein lief en heel makkelijk. Je kunt zo makkelijk met iedereen. Ik zeg iedereen gedag hier. Dat kan gewoon. Niemand kijkt je daar raar op aan. En dat maakt het leven heel erg leuk.

En ik vind de stad ook heel krachtig in het bewaren van zijn geschiedenis. Dat vind ik hartstikke leuk. Die Pieckepoort bijvoorbeeld, dat vind ik schitterend, dat ze daar nu mee bezig zijn. Daar ga ik rustig even staan kijken. En Bosschenaren lachen graag, dragen zorg voor hun culturele erfgoed, voor hun taal. Dat zijn mooie dingen.”

Wat is er lelijk?
“Het geëmmer over het theater bijvoorbeeld. Dat vind ik een ramp. Dat moeten ze gewoon gaan bouwen. En wat echt godgeklaagd is, dat is de toestand met de Azijnfabriek. Dat gaat me aan het hart. Kijk, als je iets wil opbergen, maakt niet uit wat, stop dat dan in een grote container of zo. Maar ga daar zo’n pand en zo’n instituut in de stad niet voor opofferen.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Naast wat ik net opnoemde, wat ik zo mooi aan de stad vind? Tsja, dat zit gewoon in elke vezel van mijn lichaam, dat Bossche zijn. Wat kan er daar aan toevoegen?
Ja, veiligheid. Men moppert altijd wel, dat het onveilig is en over ‘de jeugd van tegenwoordig’. Maar de jeugd van tegenwoordig is helemaal niet anders dan dat wij waren, hoor. Helemaal geen fluit. En als je er gewoon tegen doet, dan doen zij ook gewoon. Ik durf in de stad gewoon ’s avonds in mijn eentje lekker rond te banjeren. En dan kom ik best wel eens wat uitschot tegen, maar dat kan allemaal geen kwaad, denk ik. Dat is Den Bosch.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Gewoon lief zijn voor de Bosschenaren, gezellig doen. In mijn vrije tijd ben ik al meer dan twintig jaar betrokken in het theater. Dat is een grote liefde van me. Ik ben mede-oprichter van de Bossche Komedie. Ik doe daar in mijn vrije tijd veel achter de coulissen. En dat ga je niet doen als je niet van de stad houdt.
Wat ik ook elk jaar doe, is de 55+ carnaval voor de ouderen in Den Bosch. Dat is ooit door de Bambergers in het leven geroepen en dat is heel leuk om te doen. Die mensen zijn zo dankbaar voor wat je doet. Dat is hartstikke leuk.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Een vrouw. Ze is warm, teder, gevoelig en op zijn tijd ook heel erg onzeker. Dat zijn allemaal vrouwelijke eigenschappen. En heel mooi. Dus dan vind ik haar een vrouw. Den Bosch als man? Nee, daar kan ik me niks bij voorstellen.”

welke ambitie mag de stad meer/minder hebben?
“Het geforceerd weer een jaar in de picture staan voor het een of het ander, dat hoeft voor mij niet. We hebben een heel mooi Jeroen Bosch-jaar, dat moeten we koesteren, dat is echt fantastisch (geweest). Maar we moeten wel actief blijven. En ze moeten zorgen dat er potverdorie nou eens een nieuw theater komt te staan. Niet meer melken, maar gewoon doen.”

Herinnering aan een bijzondere ontmoeting
“Nou. Een heel bijzondere ontmoeting was hier. Hier heb ik mijn man leren kennen. Hier thuis. Met de carnaval. Hier was het altijd de Zoete Inval met de carnaval. Daar op het hoekje was destijds het Amadeirohuis. En wij hadden hier altijd in de hal een grote bar staan en de Hoogheid kwam hier altijd op maandag incognito erwtensoep en zult en balkenbrij eten en iedereen liep altijd maar binnen. En op een keer nam ik een stel mensen mee, om bij ons te komen eten. En daar zaten ook verschillende lui bij die ik eigenlijk niet kende, maar zo ging dat bij ons tijdens die dagen. Dus wij lopen naar boven en daar stond mijn moeder in een kamer, met blote armen. En hij dacht: ‘Ja, als hier alles kan…’ Dus hij kletste zo met twee handen op haar armen en zei: ‘Hè vrouwke, wa ziede gij d’r lekker uit’. En daarmee had hij voor altijd het hart van mijn moeder gewonnen.”