Margret Koolen

L_001174
Margret Koolen (1964)

Locatie: Empelse Plas

“Dit is een plek waar ik al jaren kom, om mijn hardlooprondjes te doen. De natuur hier is mooi, er zitten veel vogels; de koekoek, de specht, de ijsvogel. Je maakt alle jaargetijden mee. En ondanks dat de A2 hier heel dicht langs loopt, is dit een soort van rustpunt voor me. Ik pluk hier bramen, vlierbloesem – daar maak ik sapjes van – en bloemen. Dus ik kom hier graag.”

% feitelijke Bosschenaar: 0%
% Gevoels Bosschenaar: 50%

“Ik ben geboren in Waalwijk en voor mijn studie ben ik naar Den Bosch gekomen toen ik achttien was. Ik woonde toen in een studentenflat aan de Wethouder Schuurmanslaan. Na mijn studie heb ik drie jaar in Amsterdam gewoond, maar uiteindelijk ben ik teruggekomen, omdat mijn man hier bleef. En nu wonen we inmiddels ruim 23 jaar in Rosmalen. Ik had niet verwacht daar zo lang te wonen, want ik wilde altijd al graag naar Den Bosch. En nu de kinderen de deur uit zijn, begint het steeds meer te trekken om weer terug naar de stad te gaan. Ik ben heel erg op Den Bosch gericht. Het huis waar we wonen is geweldig, maar het is wel 6-7 kilometer fietsen naar het centrum. En door die nieuwe bruggen is het net of je nu verder weg woont.

Ik hoor echt in Brabant. Ik heb ooit wel het idee gehad in Amsterdam te gaan wonen, want daar vind ik het ook heel erg leuk. Maar Den Bosch is veel gemoedelijker. Ik ben een rasechte Brabantse en ik ga hier ook niet meer weg. Ik ben een echte Bourgondiër, ik merk steeds meer dat ik een levensgenieter ben. Dus ja, echt een Brabantse in hart en nieren. Als iemand aan me vraagt waar ik woon, zeg ik altijd Den Bosch. Ook al woon ik al zo lang in Rosmalen. Ik voel me 50% Bosschenaar. Die andere 50% ligt elders, in Waalwijk, in Amsterdam, in Rosmalen. Maar ik hoop dat ik straks echt kan zeggen dat ik een Bossche ben, als we er weer wonen.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“Het is een supergezellige stad, het is mooi dat er een echt centrum is en het is mooi dat de stad omgeven wordt door natuur. Er leven veel tradities, zoals carnaval, Jazz in Duketown, Bourgondisch Den Bosch en andere mooie terugkerende evenementen. Ik kijk daar elk jaar naar uit, vooral naar Jazz in Duketown. Vijf jaar geleden heb ik een workshop gedaan bij de Jazzwerkplaats en daarna ben ik pianoles gaan nemen. En van het één komt het ander. En zo kwam het dat ik afgelopen editie van Jazz met de Honeybees op het amateurpodium op het museumplein heb gespeeld.”

Wat is er lelijk?
“Op dit moment vind ik het lelijk dat er allemaal leegstaande panden zijn in de stad, zoals de V&D en de Bijenkorf. Ik kwam graag in de Bijenkorf, dus het zou mooi zijn als er iets dergelijks voor in de plaats komt. Dat veel liever dan bijvoorbeeld een Primark of zoiets. Daar zou ik kromme tenen van krijgen, als zoiets zou komen. De stad verdient een mooie winkel met allure. Daar is ook een doelgroep voor in Den Bosch. Zo’n Primark zou de mooie winkelstad die Den Bosch is, toch degraderen.”

Wat maakt je trots op Den Bosch?
“Ik was in Madrid in april en toen las ik in een cafeetje een willekeurig Spaans tijdschrift en daar stond een foto in van de Bossche markt. En toen was ik wel even trots. Den Bosch heeft zich heel goed geprofileerd, dankzij het Jeroen Bosch-jaar. En de aanloop naar dit jaar, met de Bosch Parade bijvoorbeeld. Dat ik ook zo’n mooi evenement.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“In Den Bosch doe ik alles wat leuk is op het moment; ik ga er eten, ik ga er muziek spelen. Tien jaar geleden kende ik niemand meer in Den Bosch en nu ken ik weer veel mensen in de stad. En dat ik nu in mijn eentje naar de stad fiets voor Jazz in Duketown en weet dat ik daar wel mensen tegenkom, dat vind ik echt heel fijn.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Ik wil heel graag weer in Den Bosch werken. Ik zou dan ook graag mijn organisatietalent, mijn enthousiasme en kennis inzetten om de stad een stukje verder te helpen.
Ik probeer ook op vrijwilligersgebied mijn steentje bij te dragen. Ik ben vrijwilliger bij Jazz in Duketown. Ik heb de Bossche kledingbank mee helpen oprichten. Dat soort dingen wil ik graag meer doen. Ik wil vooral dingen doen die dicht bij mij hart liggen. Als ik dingen doe die niet bij mij passen, schiet ook in een soort van kramp, waardoor ik niet de enthousiaste Margret ben, die ik eigenlijk ben. En Buddha zegt dan ‘het komt op je pad’, maar dan denk ik ‘wanneer dan?’ Of misschien is het al op mijn pad en moet ik alleen nog knopen doorhakken?
Ik ben ook een verbinder, ik breng altijd mensen samen. Maar dat doe ik nu nog onvoldoende in mijn werk.”

Welke ambitie mag de stad meer/minder hebben?
“De evenementen waar ik het over had, die zijn voor een select publiek. Ik weet niet of er voldoende evenementen zijn voor andere bevolkingslagen. Dat valt buiten mijn blikveld. Maar het is wel belangrijk dat er voldoende te doen is voor iedereen. Inclusiviteit is een thema dat Den Bosch moet oppakken. Ik weet zo niet of dat al voldoende op de politieke agenda staat. Ik doe veel met passend onderwijs; dat er scholen voor speciaal onderwijs zijn opgenomen in het reguliere onderwijs. Maar er komen nu ook veel asielzoekerskinderen bij en dat moet allemaal maar kunnen op die scholen. Daar heeft de overheid wel ideeën over, maar zover zijn de scholen nog lang niet. En staan wij daar open voor als Bosschenaren? Hoe conservatief zijn wij? Ik denk dat we open moeten staan voor verschillen en die omarmen. Want juist die verschillen maken dat er interessante gesprekken gevoerd kunnen worden. Als we allemaal hetzelfde zouden denken, zou het ook maar saai worden.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Den Bosch is een vrouw: sierlijk, gezellig, emotie, gastvrij. Ook een verbindster, denk ik. En misschien wel te weinig zakelijk. De mannelijke aspecten mogen wat meer aangescherpt worden. Misschien mag de mannelijke kant wat meer geprofileerd worden. Wat is er nou goed voor de stad op economisch gebied, hoe kunnen we ons geld zo goed mogelijk besteden. Een soort van SWOT-analyse maken, waarin de krachten en zwakheden van de stad naar voren komen. Jeroen Bosch was natuurlijk een prachtige opportunity, of een sterkte zelfs, maar heeft dat niet teveel kruim gekost? En had de stad daarmee niet veel meer een verbindende rol kunnen spelen?”

Herinnering aan een bijzondere ontmoeting
“Ik heb mijn man leren kennen op het station. Tijdens de introductieperiode van mijn opleiding als fysiotherapeut. We moesten allemaal in het wit gekleed, als fysiotherapeut, en door de introductiecommissie werden we in groepjes verdeeld. En daar stond ie, als ouderejaars en ik moest natuurlijk hem als mentor. Dat was de ontmoeting van mijn leven. Letterlijk. En de rest is geschiedenis.”