Marcel Ploegmakers

L_001021-Edit
Marcel Ploegmakers (1971)

Locatie: De Markt, voor ‘De Kleine Winst’

“We staan hier voor De Kleine Winst, waar Jeroen Bosch zijn atelier had, omdat ik momenteel heel druk bezig ben met het Bosch-jaar. Sinds 2014 doe ik de communicatie van het hele Jeroen Boschjaar. En ik merk dat dat onder je huid gaat zitten. Dat doe je niet voor je werk, dat doe je voor je stad. Dat vind ik prachtig. Ik heb het gevoel dat je samen aan het bouwen bent aan je stad, aan een volgende stap voor de stad. Dat vind ik heel mooi aan mijn werk.”

% feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Sinds 1 januari ben ik 100% Bosschenaar. Ik ben geboren en opgegroeid in Vinkel en sinds 1 januari hoort Vinkel bij Den Bosch. Ik heb op school gezeten op wat nu het Rodenborgh College is, in Rosmalen. Voor mijn studie heb ik in Groningen en Zwolle gewoond. Beide lijken wel wat op Den Bosch, maar hier is het veel gezelliger. Hier schiet ik wel wortel. Ik denk trouwens dat ik nog wel een keer ergens anders ga wonen, gewoon omdat ik dat nog wil meemaken. Een tijdje in New York wonen of zo, als dat er nog van komt, maar dit is wel mijn stadje. Ik ken hier veel mensen. Den Bosch is groot genoeg om een stad te zijn; er gebeurt van alles en je kunt hier lekker anoniem zijn als je wilt, maar ik vind het ook fijn om veel mensen te kennen. Daarin is het ook wel dorps. Die combinatie vind ik prettig. Ik zou niet altijd anoniem willen zijn, maar in een dorp wonen kan ik ook niet, dus dit is een prima plek. En het ouwehoeren op de vierkante meter vind ik heerlijk, daar kan ik echt van genieten, ook met de carnaval.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“De historie vind ik mooi, maar vooral ook de verrassende mensen die je tegenkomt. Dan raak je aan de praat met iemand die hier woont en een bedrijf in New York blijkt te hebben, of iemand die olie-onderhandelingen doet in Canada. Dat vind ik mooi aan de stad. Het is niet alleen historisch-verantwoord, maar er gebeurt ook van alles. Dat maakt Den Bosch een mooi metropool-dorpje voor me. Ik word hier wel geprikkeld. Je komt ook snel in contact, je blijft mensen ontdekken hier.”

Wat is er lelijk?
“Als stad leven we af en toe te veel onder een glazen stolp, vind ik. Je mag best wel grootser denken. We kunnen ook een jaar over een put discussiëren hier. Zet dat ding toch gewoon neer en klaar. De binnenstad is bijna te schoon, het is allemaal heel goed bedacht. Er zijn nog veel plekken in de stad die ik niet ken, bijvoorbeeld buitenwijken als de Kruiskamp. Ik kan daar wel wat van vinden, maar ik ken het daar niet eens. We denken heel snel binnen de stadsmuren, terwijl er nog veel daarbuiten is. Ik vind het wel jammer dat de Maaspoort zo slecht is opgezet. We zitten daar aan de Maas, maar dat hele gebied is naar binnen gekeerd. Daar lag een grote kans voor een mooie, aantrekkelijke boulevard, met een plezierhaven. Daar had je bijna een tweede centrum kunnen ontwikkelen, maar er gebeurt niet zoveel daar.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“De stad is een warm bad en een goede uitvalsbasis. Het geeft een mooi platform om te springen. Soms kun je dan in dat warme bad springen, maar soms ook moet je juist even dat koude bad in, voor een verfrissende duik. En ik vind het heerlijk om ‘s morgens vroeg ergens koffie te gaan drinken en dat je dan voordat je bent gaan zitten al tegen drie mensen ‘hoi’ hebt gezegd. En dan vervolgens aan de praat raken met iemand en twee uur later ben je weer verrijkt met mooie verhalen en ontmoetingen.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Wat ik bij Bosch 500 nu doe, en wat ik eerder ook bij Jazz in Duketown heb gedaan. Blijkbaar zet ik mijn kracht in voor de stad. ‘Welkom thuis, Jheronimus’, heb ik bedacht en dat vind ik mooi dat we dat met zijn allen omarmen. De hele stad ademt Jheronimus Bosch.
Het creatief nadenken, het vermarkten van de stad, daar een steentje aan bijdragen, dat dat dan aardig lukt, vind ik fijn om te zien. Ik ben trots op wat we met Jazz in Duketown hebben bereikt en hoe het nu loopt. Nu staat er echt een groot jazzfestival, dat in één adem wordt genoemd met North Sea Jazz.
Ik ben heel actief in de stad en denk graag mee. Nu is er de discussie over de vluchtelingen. Daar ga ik me ook echt nog een keer in mengen, ik weet nog niet hoe, maar daar moet ik ook iets mee.”

Welke ambitie mag de stad meer of juist minder hebben?
“Nou, we moeten oppassen geen Brugge te worden. Als wij hier straks dé cultuurhistorisch verantwoorde stad van Nederland zijn en alles om het toerisme draait, dan denk ik dat we de plank hebben misgeslagen. We moeten een beetje meer Gent worden. Het mag best verantwoord zijn, maar het mag wel een scherper sausje hebben. Veel meer jongeren die dingen doen; zet eens een keer ergens een gek gebouw neer, puur omdat het kan. Er gebeurt op dat gebied wel wat, maar nog te weinig en aan de randen van de stad.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Ik vind Den Bosch vooral wel vloeiend en rond en dat maakt de stad meer vrouwelijk. Het is ook een heel sociale stad, met die gemoedelijkheid en het feit dat we elkaar iets gunnen.
Maar Den Bosch is ook wel een rentenierende man, die lekker in zijn bootje ronddobbert. En als ik naar de politiek kijk, vind ik het ook een heel mannelijke stad. Maar het vrouwelijke voert toch wel de boventoon.”