Maarten van Hooft

l_000033-edit-2
Maarten van Hooft (1972)

Locatie: W2 / Willem II Fabriek

“Van hieruit ben ik sinds jaar en dag de presentator en medesamensteller van De Enige Echte Bossche Popquiz. Ik heb ook hier jarenlang Boschkilde gepresenteerd en DJ hier nog steeds af en toe. Dus ik ben hier wel kind aan huis. Sinds 2 september 1988 om precies te zijn. Het concert van Arno Hintjens. Dat was het eerste dat ik hier zag. Toen was de Willem 2 (zoals de popzaal toen nog heette) 11 maanden open. Het kaartje daarvan hangt nog op mijn wc.

Ik zit nu in de raad van toezicht van het hele cluster dat hier gevormd wordt. Ik heb acht jaar in het bestuur van W2 Poppodium gezeten en vanuit daar ben ik doorgeschoven naar de raad van toezicht. We zijn nu bezig met de voorbereidingen van het samengaan met de Toonzaal en de Willem II Fabriek. En het is de bedoeling dat we met die fusie meerwaarde en meer financiële ruimte gaan creëren.”

% Feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Paspoort-technisch ben ik 100% Bosschenaar. Ik ben geboren in het Carolus en heb daar twee weken in de couveuse gelegen. Daarna heb ik 19 jaar in Hedel gewoond en op het moment dat ik op kamers mocht, ben ik gelijk naar Den Bosch gekomen en ben er nooit meer weggegaan.

Den Bosch is groot genoeg voor me. Sterker nog; het heeft de perfecte grootte, want je kunt er alles doen wat je wil. Ik ken het hier; ik heb mijn contacten, ik ken alle wegen hier. Ik werk inmiddels zo’n 18 jaar in Amsterdam en omstreken en heb weleens overwogen om daarheen te verhuizen, maar ik heb hier in al die jaren zo’n groot netwerk opgebouwd, dat wil ik niet zomaar opgeven. Plus met een uurtje ben je in Amsterdam, dus dat is ook goed te doen.

Ik voel me 100% Bosschenaar. Daar zit niks Hedels meer in. Dat heeft er misschien ook nooit echt in gezeten. Hedel is écht dorps. Ik voelde me al heel jong te groot voor Hedel. En Den Bosch is voor mij precies groot genoeg. Dit is gewoon thuis, dat is moeilijk uit te leggen. Ik probeer weleens aan Amsterdammers, vaak mensen die zelf nooit buiten de ring komen, uit te leggen hoe het hier is voor me. Maar die snappen dat niet. En dat geeft ook niet; dat hoeven ze allemaal niet te snappen. Als wij Bosschenaren het maar snappen. Het is de gezelligheid, de gemoedelijkheid, de sociale controle ook. Ik heb in de Muntel gewoond en dat was voor mij de meest gezellige straat aller tijden. Het houdt elkaar hier in de gaten, op een niet irritante manier. Da’s fijn.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“Grandeur. Toch wel, ja. Binnen dat provinciale karakter, want het is natuurlijk maar een klein stadje, maar het is wél de hoofdstad van de Provincie. Met een hoop historie. En dat is mooi. Het Bossche Broek ook; binnen zes minuten wandelen vanaf de binnenstad zit je middenin de natuur. En dat omdat Mevrouw Klompé ooit heeft besloten dat dat gebied beschermd moest worden. Daar kom ik vaak om hard te lopen. Zo ken ik inmiddels heel Den Bosch en omstreken op mijn duimpje, vanwege dat hardlopen.

Ik heb een aantal jaar boven café De Boulevard gewoond in de Snellestraat, dus als ik daar doorheen fiets is dat nog steeds bijzonder voor me.

Ik vind het ook mooi om te zien dat heel veel mensen de nodige scepsis hadden bij het plan van burgemeester Rombouts voor het Jeroen Bosch-jaar en dat hij het tóch heeft gedaan. En uiteindelijk pakt dat heel goed uit. Soms heb je gewoon iemand nodig die zoiets er doorheen duwt. Hetzelfde met de Binnendieze; er waren twee mannen die tegen de stroom in gingen en zeiden: ‘Die Binnendieze, die gaan we niet dichtgooien.’ En nu is heel Den Bosch daar blij mee. Met het Paleiskwartier ook, zo’n Willem van der Made, die zich daarvoor hard heeft gemaakt; dat soort mensen zijn af en toe nodig. En zo moet het ook met het nieuwe theater gaan. Er is inmiddels gekozen, dus moeten ze daar nu mee door, dat moet nu niet weer blijven hangen in een welles nietes over nieuwbouw.”

Wat is er lelijk?
“Als je hier iets van het stadsbestuur wil, dan duurt alles wel heel lang voordat het eventueel geregeld is. Daarnaast is het een feit dat de gemeente Den Bosch veel minder geld aan popmuziek besteed dan andere vergelijkbare steden. Dat is erg jammer. Nu ook, met het huidige Jeroen Bosch-jaar zijn er ineens bakken vol met geld, en dat is goed, maar volgend jaar is dat allemaal op. Ik ben benieuwd hoe het dan gaat.

En een fysiek lelijke plek? Ja, die put, hè? Dat schilderij waar dat ding op is gebaseerd is niet eens van Jeroen Bosch en dan wordt op basis van dat ene werk die put nagemaakt. Los van de lelijkheid ervan, kost het ook nog een bak met geld. En de stichting die het heeft geregeld, krijgt geld voorgeschoten, zou dat terugbetalen, maar volgens mij is daar nog niks van terechtgekomen. Ik hou de politiek, de besluiten en zo best goed bij, maar in één keer was die put er. Dan denk je echt ‘waar was die inspraakronde? Heb ik die dan gemist?’ Anders had ik me daar nog wel laten horen. Maar ineens was ie er. En dan gaan ze haast ook nog dreigen met die Pieckepoort en dat zou natuurlijk helemaal een draak zijn.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Een thuis. En ‘normaal doen’, daar zorgt de stad ook voor; dat ik met beide benen op de grond blijf staan. In Den Bosch doen we gewoon normaal. Dat hoeft allemaal niet zo hoogdravend. Da’s af en toe best wel lastig; je kop mag hier ook gewoon niet te hoog boven het maaiveld komen, want dan krijg je heel snel commentaar. Maar als het niet té ver is, dan is het goed. Den Bosch heeft mij wel geleerd ‘rustig aan’ te doen, of normaal te doen. Je doet iets en als je dat goed doet, dan krijg je daar vanzelf een keer credits voor. Je hoeft zelf niet te hard te roepen dat je goed bent.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Creativiteit. Veel te weinig, vind ik, omdat ik het druk heb met mijn werk in Amsterdam, maar feestjes geven, een popquiz organiseren, dat soort dingen. Ik heb ideeën zat. Ik kan ze niet altijd kwijt, maar als ik dat wel kan, dan probeer ik ze te realiseren ook. Dat is heel leuk om te doen, zeker als je ziet dat er veel mensen plezier van hebben.

Ik heb ooit eens met Peer de Graaf bedacht om een onafhankelijk ideeënteam te starten. En dan langs alle kroegen en zalen in de stad om suggesties te geven voor wat ze zouden kunnen doen aan extra activiteiten. Dat kan dan stand-up comedy zijn, of muziek of wat dan ook. Er zijn zoveel verschillende dingen te verzinnen. Op die manier zouden we de stad nog verder kunnen verlevendigen. Dat moet niet alleen met zo’n Jeroen Bosch-jaar, dat zou ieder jaar moeten gebeuren. En laat daar maar een ideeënclub voor komen; daar zou ik dan wel in willen zitten.”

Is Den Bosch een man of een vrouw? 
“Dat weet ik niet, maar Den Bosch is wel autistisch aangelegd. Als er maar niet teveel verandert. Want dat is allemaal heel spannend. ‘Een nieuw theater? Kunnen we niet gewoon het Casino blijven? Want dat is toch ook goed?’ Of het vieren van 11-11. Jarenlang hoorde dat niet bij de traditie van ons carnaval, maar nu het eenmaal zover is, is het overal afgeladen vol en wordt het uiteindelijk omarmd door iedereen.”

Welke ambitie mag de stad meer hebben?
“Dit volhouden, zoals we nu in het Jeroen Bosch-jaar doen. Allemaal leuke initiatieven de ruimte geven, want er gebeurt heel veel dit jaar, daar ben ik zelf wel echt verbaasd over. De tentoonstelling was geweldig, de Wonderlijke Klim ook, of zo’n Jeroenendag. Dat zijn mooie dingen. Ik hoop dat voor dat soort initiatieven ook de komende jaren ruimte gaat zijn, en of het nou om die ene schilder gaat of niet, dat maakt niet uit.”

Herinnering aan een bijzondere ontmoeting in de stad?
“De ontmoetingen die je hebt bij de intocht op zondagochtend met carnaval. Die zijn echt prachtig. Ik heb met een aantal mensen een intochtclubje, dan knutselen we in een paar weekenden iets in elkaar en dan ga je die zondagochtend de straat op en je kletst met iedereen. De meest geweldige verhalen deel je met elkaar. Slappe klets, of historische weetjes over de stad of wat dan ook. En die mensen zie je waarschijnlijk nooit meer, maar die gesprekjes zijn zo mooi.”