Maaike Bennink

L_000992
Maaike Bennink (1978)

Locatie: nabij het Pontje bij de Vughterweg

“Ik koos deze plek, omdat daar tien jaar geleden de eerste foto van mij is gemaakt sinds ik slechtziend was geworden; de eerste foto met stok ook. Nu ben ik tien jaar verder, dus dit vond ik wel een goede plek. Tien jaar geleden was het heel confronterend om daar te zijn; ik ontkende compleet dat ik slechtziend was. Maar het heeft me ook enorm geholpen. Nu mag het er zijn; ik ben slechtziend en ik schaam me er niet meer voor.

Ik hou heel erg van de natuur en ik vind het geweldig dat Den Bosch zo’n mooi natuurgebied heeft dat aansluit op het centrum. Daar geniet ik nu anders van dan voor ik slechtziend werd. Ik voel de zon veel meer en ik luister naar de vogels die daar rondvliegen en dat is super. Als ik er even uit moet, dan ga ik zo vaak mogelijk die kant op.”

% feitelijke Bosschenaar: 0%
% Gevoels Bosschenaar: 75%

“In 2000 ben ik vanuit Twente hier komen wonen en ben ik op de Zusterflat terechtgekomen. Ik liep in eerste instantie stage bij het Doveninstituut, daarna ben ik in opleiding gegaan als verpleegkundige. Ik heb zes jaar in de flat gewoond en de mooiste tijd van mijn leven gehad; het was heel gemoedelijk met iedereen. Daar heb ik met heel veel plezier gewoond. En nu woon ik nog aan de rand van het centrum.

Ik zou echt niet meer terug willen naar Twente. Dat zit hem in het Bourgondische van Den Bosch, lekker een terrasje pakken. De eerste keer dat ik hier was, was het prachtig weer en kreeg ik een geweldige indruk van de stad en toen wist ik: ‘dit wordt mijn stad’.

Ik mis hier wel een beetje het Twentse ‘naoberschap’, dat kennen ze hier niet zo. Dat je voor je buren klaarstaat, ons kent ons. Maar misschien geldt dat ook wel meer in het centrum, waar ik woon, dat we in het algemeen toch wat individualistischer zijn hier. In een aantal wijken in Den Bosch zal je dat naoberschap ook wel meer vinden dan hier, maar in Twente ken je gewoon echt je buren; als er een kleintje is geboren in de straat, dan ga je daar naartoe met een krentenwegge, of als er iemand vaak naar het ziekenhuis moet, dan wordt er voor eten gezorgd. Met dat soort dingen ben ik opgegroeid. Ik ken hier mijn buren alleen van ‘hoi’ en ‘dag’. En je hoeft de deur niet plat te lopen bij elkaar, maar ik vind het wel leuk om een beetje contact te hebben.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“De natuur zo dicht bij het centrum; welke stad heeft dat nou? Het oude historische centrum, de monumentale panden, maar ook nieuwe plekken als de Paleisbrug en het Bastionder; de terrassen, de Sint-Jan en de vestingwerken, zoals die nu zijn opgeknapt. Dat vind ik ook heel mooi hoe ze dat hebben gedaan.

Ik denk dat ik kleinere dingen ben gaan waarderen, sinds ik slechtziend ben. Ik vind het nu heel fijn als ik ergens op een rustige plek kan zitten, aan de Brede Haven of bij het nieuwe Bolwerk Sint-Jan.”

Wat is er lelijk?
“Niet direct lelijk misschien, maar wel relevant: de geleidenlijnen hier in de stad. Toen ik nog goed zag, wist ik ook amper waar ze voor dienden, bij wijze van spreken. Maar nu is dat soms wel echt lastig. Nu kan ik denken ‘mensen, zet die fiets nou toch niet daar neer’, of dan staat er ineens een lantarenpaal op die lijn, of wordt die geblokkeerd door een oliebollenkraam. Als je dan bij de gemeente vraagt of die verplaatst kan worden, dan hoor je ‘sorry, dat hebben we niet meegenomen in het beleidsplan, volgend jaar gaan we erop letten’. Dus dat kan op bestuurlijk niveau ook wel beter. De markt is daarin ook lastig. Daar lopen geen geleidenlijnen, daar zijn geen herkenningspunten en er wordt veel door elkaar gelopen en gefietst, dus daar moet ik echt mijn weg zoeken. En dan heb ik nog het voordeel dat ik overdag iets zie, maar ’s avonds in het donker niet en dan moet ik het echt hebben van herkenningspunten en die zijn er daar niet.”

Wat kan er beter in de stad?
“Ik mis hier nog wel een beetje het studentengebeuren. Het is natuurlijk geen echte studentenstad, maar voor jongeren zou het hier echt nog beter kunnen. En de studenten die hier zijn, die kan je meer betrekken bij de stad, waardoor het nog wat levendiger en bruisender wordt. Nu zijn er veel activiteiten gericht op ouderen of volwassenen en ik mis daarin de jongeren, die voor de stad toch een meerwaarde kunnen zijn. Er wordt heel veel georganiseerd, maar wel voor een bepaalde doelgroep.
En er zou meer groen in de stad mogen van mij. Zet bijvoorbeeld bomen op de markt. Ik hoor trouwens dat er op het terrein van het oude ziekenhuis wel veel groen gaat komen, dus daar ben ik benieuwd naar.

Wat ook beter kan, zijn de rijen fietsen voor winkels. Dat is voor blinden en slechtzienden echt een probleem. Ga maar eens naar de Hema; daar staan altijd rijen fietsen en voor ik het weet heb ik er dan vijf aan mijn stok hangen. Die fietsen zijn funest voor mijn coördinatie.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Gezelligheid. Het Bourgondische leven, daar hou ik ontzettend van. Lekker een drankje doen op het terras in de Uilenburg of bij De Palm; uit eten gaan, dat kan heel goed hier. En veiligheid ook, ik voel me hier veilig om ’s avonds over straat te lopen, ondanks mijn kwetsbaarheid.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Ik zet me in voor mensen met een beperking, vooral op het gebied van aangepast sporten, daarin werk ik ook samen met de gemeente. Ik probeer een steentje bij te dragen, dat bijvoorbeeld slechtzienden goed kunnen sporten hier in de stad. Daarnaast ben ik gediplomeerd sportmasseur met een eigen praktijk, dus zorg ik voor een stukje fysieke gezondheid van de Bosschenaar.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Ik denk dat Den Bosch meer een man is. Daarbij denk ik ook aan de Vestingwerken, die de stad bescherming bieden. Niet dat vrouwen dat niet kunnen, maar van oudsher is dat meer mannelijk dan vrouwelijk. Zeker als je dan ook denkt aan het verleden, dat die mannen daar op de wallen staan te schieten met kanonnen om de stad te beschermen.”

Heb je een herinnering aan een bijzondere ontmoeting in de stad?
“Een tijd geleden liep ik op een regenachtige dag door het centrum tijdens een stoktraining, zeg maar. Toen liep ik voor de oude V&D en er kwam een auto voorbijgereden. En die kwam toen teruggereden, stopte dicht bij mij, het raampje werd opengedraaid en toen zei een man: ‘ik heb een duikcentrum en ik heb net een grote prijs gewonnen. Wil jij leren duiken?’ Ik dacht natuurlijk dat dat een grap was, maar dat bleek toch niet zo. En uiteindelijk heb ik inderdaad een complete duikcursus gedaan op zijn kosten. Dat vind ik wel heel bijzonder, dat er mensen zijn die dat doen, die iets doen voor hun medemens. Zomaar uit het niets. En dat op een regenachtige dag in Den Bosch.”