Lidwien van Noorden

Lidwien
Lidwien van Noorden (1956)

Locatie: De Tuin der Lusten, Schilderstraat

“Die naam is natuurlijk afgeleid van het schilderij van Jeroen Bosch, maar hier zaten vroeger ook de dames van lichte zeden, dit was hét hoerenstraatje van de stad. Dus het is ook een knipoog naar het verleden. We begonnen destijds met geveltuintjes, daarmee was de Schilderstraat zo ongeveer de eerste in de stad, die dat als hele straat oppakte. En daarna hebben we bij de gemeente een aanvraag gedaan om hier een gezamenlijke tuin van te maken. Er groeien hier aardbeien en bosbessen. We hebben kruiden, fruitbomen, alles. En in de lente en zomer is het hier zo mooi.”

% feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Ik hou enorm van de stad. Mijn familie is verweven met Den Bosch. Mijn opa van moederskant was één van de eerste kruideniers in de stad, hij had een grote kruidenierszaak in het Duifke, in de Vughterstraat. En mijn vader was notaris. En dat in een heel klein stadje. Dus ik kende de halve stad en de halve stad kende mij. Ik was in het gezin en misschien ook wel daarbuiten een beetje degene die de taboes doorbrak en zo. Ik was de eerste in mijn leeftijdsgroep met een spijkerbroek, de eerste met een Afghaanse hippie-jurk. En dan liep ik vroeger over de markt, te roken, en dan werd er naar huis gebeld om dat te melden bij mijn ouders. Nu is dat niet meer zo natuurlijk, maar toen kende iedereen elkaar, lijkt wel.
Ik ben 100% Bossche, maar met carnaval draag ik geen kiel. Dat heeft te maken met mijn liefde voor theater en met mijn recalcitrante roots. Dan ben ik geschminkt en al. Sommige kieldragers kijken dan wel eens naar me van ‘je hoort er niet bij’. Maar ik ben wel degelijk een ras-Bossche, die met liefde het protocol omarmt en ook met een grinnik confronteert.”

Wat is er mooi (en lelijk) aan Den Bosch?
“De skyline, het kleine centrum tussen de wallen dat helemaal beloopbaar is. De geschiedenis, het feit dat we het Bossche Broek hebben weten te behouden door de jaren heen, bijna aan de voet van de Sint-Jan, dat is echt uniek. De Zuiderplas, daar ging ik vaak zwemmen en zeilen. Daar surfde mijn broer Max in 1995 over de A2. Ik hou verschrikkelijk veel van deze stad. Dat zit hem in de enorm lange geschiedenis, maar ook die van mijn familie. Mijn poten stonden, en staan, hier in de klei.
Als kind was ik al dol op de schilderijen van Jeroen Bosch – ik wilde vroeger altijd landloper zijn. Misschien was ik wel graag zwerver, omdat ik een haat-liefde verhouding heb met het de regentencultuur van de stad. Aan de ene kant vind ik dat heel mooi. Maar dan kom ik meteen ook op wat ik niet perse mooi vind; de vriendjespolitiek, het establishment, dat alles dichttimmert ten eigen gunste, dat vind ik lelijk. De mensen die het hier voor het zeggen hebben houden te vaak de deuren dicht voor anderen en dat is heel jammer.

De Sint-Jan is ook fantastisch mooi. En ons Maria natuurlijk. Mijn liefde voor de stad zit ook daarin, dat Den Bosch echt een Mariaverering kent. Dat is een heel mooi onderdeel van de stad. Mijn vader liep altijd mee met de Mariaprocessie. Maar dat kapelletje op de markt vind ik verschrikkelijk lelijk; een lelijke grijze kolom. Die put herbouwen à la, maar voor vier ton, terwijl er een crisis gaande is… Iets met die put doen, daar sta ik achter. Ik weet dat daar waterlijnen lopen, Den Bosch is niet voor niets daar op die plek ontstaan. Da’s een belangrijk kruispunt voor allerlei energieën, maar dat hadden ze wel anders kunnen doen dan ze nu hebben gedaan. En de Pieckepoort herbouwen? Niet doen, Alsjeblieft! Ik vond en vind Den Bosch ook wel een oubollige Bourgondische trutstad, maar ik heb haar wel echt in mijn hart zitten.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Ik ken hier elke stoeptegel, kan overal naartoe lopen, ik weet precies waar ik veilig ben of niet. Dit is gewoon goede grond. Dat heeft ook weer te maken met het feit dat de stad op die terp is gebouwd en de energielijnen die hier lopen. Dit is goede grond. En dan bedoel ik vooral de binnenstad. Ik wil eigenlijk niet ergens anders wonen dan in de binnenstad. Ik gedij hier goed.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Ik heb altijd gewerkt voor de jeugd. Ik ben tekenjuf geweest, was mede-oprichter van Totaalcafé Boulevard, ik heb lang gewerkt bij het Brabants Kenniscentrum Jeugd. Daarmee gaven we gemeenten advies op het gebied van jeugdkwesties. Werken voor jeugd doe ik nog steeds; in onze stad coach ik onder andere jonge mensen als zij initiatieven willen starten op het gebied van kunst en cultuur. Ik zet graag mijn netwerk in. Het geeft me zoveel energie, om anderen te kunnen helpen. Ik wil me ook graag inzetten voor vernieuwing in de stad, de stad meer schwung geven en ook wel een beetje tegen de gevestigde orde aan duwen. Laten zien dat het ook anders kan.
Daarom zou ik bijvoorbeeld wel nachtburgemeester willen zijn, samen met een jonger iemand. En de stad meer laten bruisen. Want Den Bosch; doe ook modern, doe niet alleen maar traditionele dingen, die moeten blijven natuurlijk, maar durf ook te vernieuwen. Geef de jeugd meer ruimte. En ook de kwetsbaren!
Ik hoop heel erg dat het iets wordt met de Tramkade, dat is zo’n grote kans voor de stad. Ik zal altijd blijven vechten voor een bruisender stad, nieuwe initiatieven. We hebben hier een kunstacademie, maar waarom wordt aan die mensen zo weinig ruimte gegeven? We moeten zorgen dat studenten, jonge mensen, die hier eigenlijk altijd alleen maar ondergronds kunnen werken, de ruimte krijgen. Al met al wil ik denk ik ook een beetje advocaat van de duivel zijn in de stad, maar dan wel met het hart van Onze Lieve Vrouw.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Ik vind Den Bosch een huwelijk dat nog onvoldoende geëmancipeerd is. Kwaliteiten in dat huwelijk zijn: trouw, loyaliteit, respect en waardering voor geschiedenis, voor het hart van de stad; zorgzaamheid ook. En de uitstraling, dat buitenkantje is ook vaak mooi, maar daar botst het soms, omdat dat dan net té behoudend is. In dat huwelijk durven we nog maar moeilijk te vernieuwen en veranderen. Dat belemmert de dynamiek. In dat huwelijk mag ook echt meer gedacht worden in verandering, vernieuwing en groei, da’s goed in iedere relatie. En daar hoeven we niet bang van te zijn. Want dat kan heel goed hand in hand gaan met mooie tradities.”