Judith Hendrickx

L_001247
Judith Hendrickx (1973)

Locatie: Stadhuis

“Hier speelt een belangrijk deel van mijn leven zich af, in en rondom het bestuurscentrum van de stad. Ik ben raadslid namens de Bossche Groenen en hier komt mijn betrokkenheid bij de stad tot uiting. Den Bosch is zo’n fijne plek, die ik nog fijner wil maken.
ik wil hier overigens niet teveel zijn, omdat ik denk dat je in de stad moet zijn, daar gebeurt het. Daar kun je zien wat er speelt. Het stadbestuur moet wat mij betreft dus ook meer uit het stadhuis komen. Er wordt veel georganiseerd in Den Bosch en ik probeer bij veel aanwezig te zijn; te zien, te luisteren. Een soort van ombudsfunctie eigenlijk. Dat vind ik heel belangrijk. Het stadsbestuur moet dan ook niet met elkaar in gesprek zijn, maar vooral met de stad. Zeker anno nu, in een tijd waarin veel mensen willen meedenken en meedoen, vanuit die betrokkenheid met de stad. Ik ben altijd met de stad bezig, maar als je hier wat wil bereiken, dan moet dat ook wel. Dan moet je in de haarvaten van de stad kruipen.”

% feitelijke Bosschenaar: 0%
% gevoels Bosschenaar:

“Ik ben geboren in Haarlem, opgegroeid in Alkmaar. Ik heb een paar jaar in Groningen gewoond en vanaf mijn 13e woon ik in Den Bosch. Ik voel me hier heel erg thuis. Ik ben in mijn jeugd vrij veel verhuisd, dus ik weet hoe belangrijk het is om een thuisgevoel te hebben. En dat heb ik hier. Maar ja, wat is een Bosschenaar? Of hoeveel procent ben ik een Bosschenaar? Ik ben hier natuurlijk niet geboren en ik denk dat als je hier wel geboren en getogen bent, dat het dan wel anders zou zijn.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“Het is een hele fijne, prettige stad. Niet te groot, niet te klein. Centraal gelegen; je bent zo in Antwerpen en zo in Amsterdam. Vlakbij het groen, het ligt in een heel diverse natuurlijke omgeving. We hebben een prachtige historische en aantrekkelijke binnenstad. Die ademt heel veel geschiedenis uit. Maar ook veel betrokkenheid en energie. Je voelt hier ook de energie van alle generaties die ons voorafgingen.
Den Bosch is ook een stad waar we altijd proberen om er met elkaar uit te komen, ook binnen de politiek. Het is geen stad van hele grote tegenstellingen. Er is een groot besef dat we allemaal willen dat dit een fijne plek is en blijft, die alleen maar mooier wordt. En natuurlijk hebben we dan verschillende inzichten hoe dat eruit moet zien, maar we vinden het wel allemaal heel belangrijk om die mooie kant van de stad te behouden. We proberen er altijd samen uit te komen.”

Wat is er lelijk?
“Ik vind dat de stad qua bestuursstijl zich heel erg typeert op een harde manier, erg gericht op ruimtelijke ordening en openbare veiligheid; aanharken, oppoetsen en zo. Dat mag wel wat anders. Dat vind ik minder mooi aan de stad. We moeten ook echt oog hebben voor de wijken, niet alleen voor de binnenstad, die is klaar, die is af. Die moeten we goed onderhouden, maar we moeten nu vooral ook kijken naar wat er in de wijken leeft en speelt.
En qua uiterlijk: ik vind het Burgemeester Loeffplein echt niet mooi. Dat is een gemiste kans. Daar waren ooit drie woontorens gepland, maar gelukkig is het maar bij één gebleven.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“De stad biedt mij een fijne plek om te wonen, werken en zijn. Ik heb hier mijn gezin en de politiek. Ik heb hier eigenlijk alles wat ik zoek en wat ik wil. Er zijn hele fijne mensen in de stad. Momenteel zijn er veel mensen die op een positieve manier bezig zijn en meedenken. Een voorbeeld daarvan is de ‘Tiny Houses’-beweging. Dat vind ik een ontzettend mooi initiatief. Mensen die zich daarin organiseren, dat zijn goede dingen. Dat geldt ook voor de Stadsmoestuinen, nog zo’n goed initiatief waarin ontmoeten centraal staat. RUW is een ander voorbeeld. Dat is een mooi platform dat veel interessante lezingen en discussies organiseert, zoals bijvoorbeeld nu met de ‘gekozen burgemeester’. Of de groep klimmers die van zich laat horen en op zoek is naar een goede locatie. Dat zou toch mooi zijn als zij bij Tramkade terecht kunnen bijvoorbeeld?”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Ik denk dat mensen die met de stad vooruit willen, die ideeën en initiatieven hebben, dat zij mij op een heel eenvoudige manier kunnen benaderen. Ik ben een verbinder en probeer mensen bij elkaar te brengen. Dus ik probeer met de Bossche Groenen dat soort initiatieven verder te helpen.
Ik ben ook veel bezig met de Bossche energiecoöperatie. Ik denk namelijk dat we als gemeente zelfvoorzienend kunnen worden, door zelf duurzame energie op te wekken en dat onze inwoners op die manier ook goedkoop stroom kunnen afnemen. Dat zou ook een flinke stap vooruit zijn voor onze klimaatambitie.
Ik zet me ook in voor de kunstenaars in Den Bosch. Dat is een hele belangrijke groep, die ik blijvend wil binden aan de stad, omdat ze helpen om deze mooi en leefbaar te maken en te houden. Dus die moeten we behouden voor de stad.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“In de bestuursstijl is Den Bosch heel mannelijk; erg gericht op ruimtelijke ordening, veiligheid. Daarin is de stad erg hoekig en daarmee haal je dus de fijne ronde kantjes van je stad af. Er zitten ook allemaal mannen in het college, alle wethouders zijn mannen; er zitten heel weinig vrouwen in de raad. En dat uit zich natuurlijk ook in hoe de stad bestuurd wordt. Als je kijkt naar hoe je de stad ‘op straat’ beleeft, dan denk ik dat Den Bosch echt vrouwelijk is: mooi, zacht, met mooie rondingen, mooie ontmoetingen, over het algemeen veel positiviteit en met een grote betrokkenheid bij anderen.”

Welke ambitie mag de stad meer hebben?
“Als bestuur en als stad vind ik dat we meer met de stad samen moeten doen. Ik denk dat daarin een hoop te verbeteren is. Ik hoor veel mensen in de stad te hoop lopen tegen ambtenaren en bestuurders. Daarom moeten we dus meer in de stad zijn en minder in het stadhuis. We moeten niet alleen luisteren, maar ook faciliteren en mogelijk maken. Zodat de stad van iedereen wordt en niet van bestuurders of ambtenaren. De stadbestuurders moeten veel meer de beweging naar buiten maken. Als er meer samen gebeurt, dan worden mensen positiever over de stad, dan blijven mensen hier en dan ontstaan er ook goede nieuwe plekken in de stad. Wij zijn nog vaak te behoudend bezig. Den Bosch is prachtig en dat moeten we zo houden, maar we moeten ook de mensen die op zoek zijn naar de ruwe kantjes van de stad, kunnen helpen. Die ruwe kanten moeten er gewoon ook zijn.”

Wat kan Den Bosch nog van een andere stad leren?
“Niet perse iets wat Den Bosch van één stad kan leren, maar van meerdere: creëer meer ruimte voor het experiment. Deze stad wil altijd zekerheden hebben. Kies ook een keer voor mensen die zich nog niet bewezen hebben. Ga niet altijd in zee met dezelfde partijen, maar durf ook eens wat risico te nemen. We roeren hier vaak in dezelfde pudding; dezelfde namen en partijen komen steeds bovendrijven. Maar kies nou eens echt voor vernieuwing en verandering.
En daar zal over niet al te lange tijd ook wel ruimte voor komen. Een grote naoorlogse generatie gaat plaats maken voor een jongere; de burgemeester zal zijn ambt binnen afzienbare tijd neerleggen en meerdere bestuurders zullen met pensioen gaan. Dat biedt heel veel ruimte voor vernieuwing. We staan dus aan de vooravond van een grote verandering en het wordt spannend hoe dat er straks uit komt te zien.”