Jos van den Broek

L_000359
Jos van den Broek (1929)

Wie Jos spreekt, ziet een man die niet van het leven als brugwachter hield. Hij vertelt zijn verhaal onomwonden en met een zekere verbittering: “Alles heb tegengezeten”. Maar bovenal is Jos een gedreven en sterke man met een groot gevoel voor humor. Het was een bijzondere ochtend.

Locatie: Woonzorgcentrum De Taling, Den Bosch West.

Waarom staan we hier?
“Tot drie jaar geleden woonden mijn vrouw en ik nog in de oude brugwachterswoning. Met het omleggen van de Zuid-Willemsvaart en de aanleg van het Maximakanaal gingen de bruggen over van Rijkswaterstaat naar de gemeente. Nu zitten we hier. Al drie jaar te lang.”

% Feitelijke Bosschenaar 0%
% Gevoels Bosschenaar 0%

“Ik ben niet geboren en getogen in Den Bosch. Ik was brugwachter in Den Bosch, maar om de paar jaar werden we ergens anders heen gestuurd: ik was vervanger in Engelen, zat in Geertruidenberg, Raamsdonksveer, Houten, Son. Dat laatste was wel een goede plek, daar mochten we 16 jaar blijven. Maar Den Bosch? Nee hoor, ik heb er niks mee.”

Waarom brugwachter?
“Mijn vader was brugwachter. Omdat ik de oudste van mijn vijf broers was moest ik meteen na de lagere school werken. Op mijn dertiende begon ik met werken, bij de nonnen in Vught. De anderen mochten leren: ze werkten later toch ook bij Rijkswaterstaat: als schilder, bankwerker, monteur. Niks kiezen dus. Als je van een groot gezin was, dan waren de oudsten er gloeiend aan. Ik heb tegen mijn zoons gezegd: “Dat zal jullie niet overkomen”. Ik heb hard gewerkt, zo konden ze gelukkig leren: de een is rechercheur, de andere docent.”

Hoe lang heb je als brugwachter gewerkt?
“Met 18 jaar begon ik op de brug, dat was in 1948. In 1993 ben ik gestopt. Vijfenveertig jaar dus. Daarvan zat ik de laatste 20 jaar op de Orthenbrug.”

Wat is mooi aan brugwachter zijn?
“Niks, maar wij zijn mensen, die zich kunnen aanpassen. De mensen in de buurt? Die kende ik allemaal. Mijn vrouw zette altijd voor iedereen koffie, niet op de brug, maar bij ons thuis. We konden wel goed met elkaar werken, onder collega’s, maar er was ook haat en nijd: wie er in de woning mocht, wie welke plek kreeg. Ik had alleen lagere school, als er een aanvaring was en er moesten papieren getekend worden, moest iemand anders dat doen. Die hoge heren gingen er rustig mee aan de haal. Later hielpen mijn zoons erbij. Ach, toen die tijd was het een bende, een rotzooitje bij Rijkswaterstaat.

Wat is minder mooi aan brugwachter zijn?
“We werkten alle dagen, ook op zondag. We hadden alleen lagere school, dus waren we knechtjes. Ze stelden meisjes aan die net van de huishoudschool kwamen, die verdienden veel meer dan wij. We hadden vast werk, maar voor ons was dat dus vaste armoe. Ik werkte van vroeg tot laat, zoals veel brugwachters, en alles ging nog met de hand. Als mijn dienst erop zat, ging aan het werk: bij de kolenboer, in de bouw. We moesten het doen met 256 gulden in de maand, in de jaren ’90 nog.

Het was niet makkelijk: onze dochter is 20 jaar ziek geweest, jeugdkanker. Ze is jong overleden. Mijn vrouw heeft altijd voor haar gezorgd, maar intussen hadden we niks te zeggen over het werk. We moesten steeds weer verhuizen als de hoge heren dat bedachten.” Met een korte mijmering zegt de vrouw van Jos: “In Son hadden we het goed, dat was een fijne tijd, maar toen de brug wegging, was het weer voorbij”. “Werken, zorgen en armoe. En nu zitten we hier in twee kamertjes zonder privacy. Gelukkig hebben we goede zonen die regelmatig langskomen.”

Kun je je nog een bijzonder moment herinneren?
“Ach. Het was werk. Omdat ik zo weinig verdiende, verhuurde ik soms de boten die bij de brug lagen. Die waren eigenlijk bedoeld voor calamiteiten natuurlijk. Dan kwam de eerste brugwachter en die vroeg waar de boten waren. “Die heb ik verhuurd en daar doe je niks aan,” zei ik dan. Zo ging dat. Ik had eigenlijk van karakter niet zo moeten zijn. Ik ga d’r gewoon tegenin. Ik wilde eerst ook niet meewerken aan dit project. Ik heb geen mooie verhalen, want het was niet mooi.”

Nieuwe bestemming?
Met een lach op zijn gezicht, met iets van de ondeugd van ooit zegt Jos: “Mwoah. Sloop ze maar. Ik heb er geen goede herinnering aan. En ge hoeft er voor mij niks uit te laten. Het is de waarheid.”