Jolanda Slegers

L_000190-Edit
Jolanda Slegers (1964)

Locatie: voormalig klooster Mariënburg

% Feitelijke Bosschenaar: 0%
% Gevoels Bosschenaar: 50%

“Ik werk op dit moment hier in de kapel van de Mariënburg, waar sinds kort de Jheronimus Academy for Data Science is gevestigd. Dit complex was lange tijd in gebruik als klooster en het is tijdelijk mijn tweede thuis. Ik ben gevraagd om bestaande materialen uit het complex een nieuwe bestemming te geven. Momenteel werk ik aan een oude biechtstoel, die hier lang dienst heeft gedaan. Voor het souterrain ga ik een aantal kleine ruimtes inrichten. In één van de ruimtes hiernaast komt een soort klein museumpje en daarin ga ik een van de chambrettes, de eenpersoonskamers voor de nonnen, opnieuw bouwen. Het materiaal waar ik mee werk, komt allemaal uit het voormalige klooster. Ik loop hier dan rond en kijk wat ik kan hergebruiken. Het feit dat ik hier ter plekke kan werken, doet heel veel. Toen ik net de sleutel had, liep ik hier in mijn eentje rond en dan loop je die kamertjes in en je vindt ergens een bidprentje. Dan kom je ineens in het leven terecht wat hier was, dat er nu niet meer is. Door hier te werken word ik als het ware in de tijd gezet, in het nu, maar ook in het verleden en de toekomst van het complex. Het is prachtig om deze materialen te kunnen hergebruiken; dat vind ik ook belangrijk. Alles wordt zo snel weggegooid of gesloopt tegenwoordig, terwijl heel veel heel goed opnieuw te gebruiken is.

Ik woon vanaf 1985 in Den Bosch, maar ik kom uit Mierlo. Ik voel me niet echt Bossche, ik voel me wel Brabander. Den Bosch is heel noordelijk Brabant voor me. Het echte Brabant is voor mij Zuid-Brabant. Dit is de stad. Die vlak bij het noorden ligt. Tilburg bijvoorbeeld vind ik echt een Brabantse stad. Den Bosch zit voor mij op het randje. De mensen hier, ja, ik vind Den Bosch eigenlijk wel een beetje omhoog gevallen middenstand, zeg maar. Niet gewoon middenstand, maar een beetje deftige middenstand. Er zijn denk ik wel mensen die het liefst zouden zien dat Den Bosch in de randstad zou liggen. Die er echt bij willen horen. Maar echt Brabants is voor mij een houding van: ‘nee, wij horen er niet bij!’

Maar goed, ik wil toch wel heel graag in de buurt van Den Bosch wonen.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“De ligging ten opzichte van de natuur. We hebben het geluk dat we het Bossche Broek hebben tussen de stad en Vught en Sint Michielsgestel, maar als dat gebied kleiner was geweest of zo, dan was het daar waarschijnlijk al helemaal vol gebouwd tot aan Gestel toe. Ik vind het echt mooi dat je vanuit het centrum meteen in de natuur zit.

De historie die nog zichtbaar is, zoals de Binnendieze, dat vind ik heel prettig. Vooral dat stukje bij de Oude Dieze, waar de Dieze de stad in komt, vind ik mooi. Daar zie je nog dat de bebouwing bepaald is door de loop van dat riviertje. Dat de natuur nog invloed had op waar je wat doet. Dat is een bepaalde menselijke bescheidenheid, waar ik van hou.”

Wat is er lelijk?
“Ik vind dat ze het vrij aardig doen. Ik vind het jammer dat ze achter het station alles hebben plat gegooid. Daar stonden verschillende gebouwen waarvan het mooi was geweest als die bewaard waren gebleven. Daar staat eigenlijk alleen nog het voormalige SM’s museum, dat fabriekspand met de sheddaken. Ik vind het mooi als je de verschillende periodes van een stad in de gebouwen terug kunt vinden, als dat door elkaar loopt. Dan voel je de historie en de ontwikkeling van zo’n stad door de jaren heen.

De flats tussen de Orthenstraat en de haven, waar vroeger de fabriek van De Gruyter stond, die vind ik echt niet mooi. Het is zonde dat zoiets daar staat midden in het centrum. Niet dat die fabriek zo mooi was, maar dat had ik toch liever gezien dan die flats.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“De verbinding met de natuur is heel belangrijk voor mij. Die moet ik kunnen voelen. Als ik ’s ochtends hier naartoe ga, dan kan ik verschillende routes doen. En dan kan ik onderweg hierheen een stuk door de polder fietsen. Dat is heerlijk.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Mijn Brabantsheid.
En mijn werk ook wel. Ik heb een historisch besef, dat ik graag uitdraag, ook in mijn werk. Meestal maak ik nieuwe dingen van oud materiaal, dus wat ik hier doe is een uitzondering, dat zit tussen creëren en restaureren in. Maar het besef dat de natuur dat materiaal al heeft voorgebracht en dat mensenhanden dat al vast hebben gehouden en daar al iets van hebben gemaakt. Als je aan zo’n biechtstoel werkt en je haalt daar delen van uit elkaar, dan zie je met hoeveel zorg dat is gemaakt. Dat zit heel goed in elkaar. Het is voor mij onbegrijpelijk om al die bagage, alles wat daar al in zit aan ervaring en werk, om dat weg te kieperen. En ik vind het heel mooi om daar een stukje van te bewaren door mijn werk. Ik vind dat belangrijk. Ik ga helemaal uit van het materiaal dat voorhanden is. Ik begin dus bij het materiaal, of bij de vraag die ik krijg om daar iets mee te doen. Ik begin niet bij mezelf.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Onzijdig denk ik. Het vrouwelijke zit hem in hoe de stad met het landschap omgaat de laatste jaren, dat vind ik echt verbeterd. De polder hier bijvoorbeeld. Eerst liep alleen die weg er doorheen, nu is het meer natuur, het is wat kleinschaliger. En dat is een prettige en vrouwelijk kant van de stad, om de natuur toe te laten in de stad.

Het steen, de bebouwing, de hardheid dat is mannelijk aan de stad. Het praktische ook.”

Welke ambitie mag de stad meer hebben?
“Het mag een beetje losser. Zoiets wat er nu bij De Heus is gestart, de Tramkade, da’s een mooi afgeschermd plekkie. Daar gaat het volgens mij wel goed, daar is het gericht op samen, elkaar helpen. Misschien gaat dat daar ook wel veranderen, maar nu gaat het daar goed. De rest wordt overal zo opgepoetst. Laat ze wat minder oppoetsen. Zoals De Gruyter Fabriek, die is helemaal opgepoetst en gladgestreken. Ik vind het er niet meer zo prettig. Er is veel minder contact dan voorheen, het kleinschalige en het wij-gevoel, dat is wel weg.”

Heb je een herinnering aan een bijzondere ontmoeting in/met de stad?
“Ik heb ooit een steenuiltje gezien in het Bossche Broek. Die zie je niet veel hier in de buurt. Ik fietste daar en op een paaltje zat iets, dat het meest leek op een vogel zonder hoofd. Maar dat bleek dus een steenuiltje te zijn. Daar ben ik wel even voor gestopt. Ja, ontmoetingen met dieren of in de natuur vind ik wel bijzonder. Daar ben ik vaak ook meer mee bezig dan met ontmoetingen met mensen.”

Als jij zou mogen kiezen, wie zou dan de volgende burgemeester van Den Bosch moeten zijn? (wie dan ook, zonder na te hoeven denken over of dat realistisch is)
“Angela Merkel. Zo iemand. Volgens mij moet de burgemeester er voor de mensen zijn. Ik weet niet of Merkel dat heeft, maar dat gevoel heb ik wel bij haar. Een menselijk mens. Het moet niet een omhooggevallen burgemeester zijn, maar daar zal het in Den Bosch toch wel op uitdraaien, want daar houden ze stiekem wel van hier.”