Jacob Bedaux


Jacob Bedaux (1979)

Locatie: Café de Palm

% feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Ik ben geboren aan het Kruisbroedershof bij de Sint Jacobskerk en toen ik een jaar of acht was verhuisden we naar de Sint Jorisstraat. Daarna heb ik op kamers gewoon gewoond aan de markt, boven wat nu de Tuinen is. Toen nog op de Koningsweg gewoond, in de Kerkstraat en ik ben vanwege mijn studie even in Tilburg gaan wonen, maar nu weer terug in mijn stad. Mijn ouders komen overigens uit Hedel en Vught, maar ja, Den Bosch is wel echt mijn stad. Dat zit hem in de mensen die ik ken, dat je het Bossche Broek hebt, een paar goeie plassen, goeie architectuur en wat ik heel leuk vind – met name in het centrum – is dat je op twintig manieren naar huis kunt. Steeds weer via een ander straatje of steegje. Je weet eigenlijk nooit precies wat het snelste of het kortste is. Ik denk dat ik dat nog wel het allerleukste vind, dat je echt op twintig manieren naar huis kunt fietsen.”

Mooi en lelijk
“Wat ik mooi aan de stad vind? De architectuur, de huizen, er wordt bijna overal wel over nagedacht. Er wordt bijna niks zonder plan neergezet. Elke keer als er weer iets nieuws wordt gebouwd, denk ik ‘ja, dat hebben ze toch weer goed gedaan’. Ik ben ook wel trots op mijn stad. Wie je hier ook mee naartoe neemt, die is onder de indruk van Den Bosch, dan zijn ze echt verbaasd over hoe mooi het hier is. En als je dan ziet dat degene die je de stad laat zien, zijn ogen uitkijkt, dan maakt me dat wel trots; want da’s wel míjn stad. Welke kant je ook opkijkt, er is altijd wel iets moois te zien”.

En lelijk?
Ja, dan kom ik toch bij de Arena uit. Dat hebben ze net verbouwd, maar nu is het eigenlijk net zo lelijk als daarvoor. Het past ook niet echt in de stad en daardoor is het een soort eindpunt van het centrum. Alsof de stad daar ophoudt.”

Bieden
“Ik geef muziekles en wat de stad mij daarin direct te bieden heeft is leerlingen voor de lessen die ik geef. En faciliteiten. Ik geef nu les vanuit de Muzerije.

En daarin zit ook direct wat ik de stad te bieden heb, dat is namelijk mijn muziek. Ik speel vrij veel in Den Bosch en de regio. Tijdens Jazz in Duketown, in cafés en andere gelegenheden. Ik speel gemiddeld 2-3 keer per week en daarvan dan gemiddeld toch wel minimaal één keer per week in Den Bosch. Ik geef hier les, ik dirigeer een big band hier. Ik heb hier een soort muzikale opvoedkundige taak.”

Een vrouw
“Den Bosch is een vrouw. Dat kan ik niet zo goed uitleggen, maar het is een vrouw. Ze is mooi, lief, fijn en niet zo stoer. Bij een man denk ik snel aan ‘heel stoer’, maar Den Bosch is niet zozeer een stoere stad, meer een gezellige stad. Het heeft ook geen stoerheid nodig. Loungecafés werken hier bijvoorbeeld niet, denk ik. De gemiddelde Bosschenaar zit daar niet echt op te wachten. Die hebben liever een gezellige kroeg.”