Gert Jan Kromhout

_dsc5912
Gert Jan Kromhout (1957)

Locatie: Eethuis Het Anker

“We zitten hier bij het restaurant van de Vincentius Vereniging waar ik al 23 jaar in dienst ben.
Als chauffeur op de vrachtwagen haal ik spullen op, bezorg ik spullen en begeleid ik allerlei mensen. Dat kunnen mensen met een taakstraf zijn of ex-gevangenen die moeten resocialiseren. Dat kunnen jongens zijn met psychische problemen, maar het kunnen ook scholieren zijn die een sociale stage moeten lopen. Ik zit voor Vincentius altijd op de vrachtwagen en zodoende ken ik Den Bosch heel goed.

Vincentius fungeert als het vangnet onderaan de maatschappij, dus veel mensen die er om een of andere reden bij de sociale dienst uitvallen en met allerlei zaken niet worden geholpen, komen bij ons terecht. En dan kunnen ze o.a. hier in de winkel spullen uitzoeken en die worden gratis geleverd. Dat is de reden van het bestaan van de winkel.

De organisatie bestaat al 170 jaar. Het is begonnen als een studentenvereniging in Parijs. Die studenten wilden iets voor de armen in Parijs doen. En daaruit is langzaam de sociale dienst van de Katholieke Kerk ontstaan. Dat hele katholieke moet je tegenwoordig schrappen. Toen ik hier in dienst kwam 23 jaar geleden, hadden we nog nonnetjes die hier ook mee de dienst uitmaakten. Maar dat is helemaal weg, we bidden ook niet meer aan het begin van de vergadering –knipoog-.”

% Feitelijk Bosschenaar: 0%
% Gevoels Bosschenaar: 85%

“Ik kom uit Den Haag, maar ik was één toen we naar Den Bosch verhuisden en op mijn zevende verhuisden we naar Goes, in Zeeland. Na 5 jaar hadden we het daar alweer gezien en wilden we graag terug naar Den Bosch. In Goes ontbrak de gezelligheid. Hier is altijd wat te doen, en ja, hier word je veel sneller opgenomen in de gemeenschap dan in Goes. Daar ben je een buitenstaander, zeker als je hun taal niet spreekt. Alhoewel, ik woon op Orthen en dat heb je daar ook wel een beetje.
Ik heb hier in Den Bosch op tien verschillende plekken gewoond en het prettigste vond ik Het Zand. De mix van cultuur en van allerlei soorten mensen door elkaar heen, vond ik geweldig. En iedereen had contact met elkaar, dat mis ik op Orthen. Daar is het veel meer op zichzelf. Je moet echt lid worden van verenigingen, wil je erbij horen.
Ik ben me in de loop van de jaren Bosschenaar gaan voelen door het omgaan met elkaar. Het niet alles hoeven, maar wel veel mogen. Zolang de buurman er geen last van heeft, kun je alles doen. En je bent hier veilig. Voor die andere 15% ben ik gewoon Nederlander.”

Wat vind je mooi aan Den Bosch?
“De kleinschaligheid, de stad inlopen en elkaar kennen. Alleen al als je ’s morgens over de Diezebrug de stad inrijd, dan zie je in één oogopslag het hele stadje. Ik ken heel veel mensen en heel veel mensen kennen mij. Maar ik ken ze niet altijd, want ja, ik kom op tien adressen per dag. En op al die adressen, op de raarste plekken, probeer ik door het raam naar buiten te kijken: hoe mooi is het uitzicht vanuit hier? Waar kijk je hier nu op uit? Een pand in de Kerkstraat, met een half voetbalveld als achtertuin. Een pand vooraan in de Visstraat, de Karper, hoe groot denk je dat dat balkon is? Dat is langer dan dit hele restaurant en ongeveer twee-en-halve meter breed. Met uitzicht op de Lepelstraat! Dat zijn dingen, die zie je niet zomaar als Bosschenaar. Ik kom overal binnen en ik zie van alles.

Ook wandel ik graag langs de Dommel, heerlijk buiten de muren en vervolgens naar de stad kijken en rust ervaren. Achter de Rijks HBS, daar heb je nog een gymzaal en daar loopt een talud naar beneden toe, naar de Dieze. Als je daar ’s avonds gaat zitten ervaar je een doodse stilte, midden in de binnenstad. Je ziet er allerlei ongedierte rondvliegen maar ik kwam er ook eens een ijsvogeltje tegen. Wat een rust. En dat is het mooie aan Den Bosch, de tegenstellingen van stad en natuur. Als je door de Hinthamerstraat loopt, heb je een hoop herrie om je heen maar als je dan een steegje inloopt, is het stil. In welke andere stad kom je dat tegen?”

Wat is er lelijk?
“De put op de Markt. Zet er een bordje neer: Efteling 35 kilometer die kant op.
Ik vind het te ver teruggegrepen in de tijd. Ik weet dat heel veel mensen het niet met mij eens zijn, maar het is gewoon lelijk.”

Welke ambitie mag de stad hebben?
“De politiek mag van mij iets meer gedurfd. Iets groter durven denken. Wel rekening houden met de stad maar toch, ja, sneller kunnen zijn, verder kunnen kijken; minder vriendjespolitiek. Het is allemaal ‘ons kent ons’ en verder kijken we niet.
We zouden meer voor jongelui op poten moeten zetten, hier in de stad. Wat heel belangrijk is dat we die jongelui hier in de stad houden. We moeten ze erbij betrekken.
Als je hier ’s avonds de stad ingaat, zie je dertigers. Waar is die groep tussen de twintig en de dertig in? Vroeger hadden we de Theetuin, hier om de hoek zat de Boortoren en de Galaxy. Niet dat ik daar ooit kwam, bij die andere twee wel, hoor.
De Theetuin zat hier op Het Zand. Het was een oud fabriekspand en dat was ooit gekraakt. Daar onderin was een bar gebouwd met een podium erbij en daar trad Herman Brood op in zijn beginjaren. Dan heb ik het over de jaren zeventig. De flat die op die plek is gebouwd, heet nog steeds de Theetuin.”

Doet de stad genoeg voor de minderbedeelden?
“Ze doen hun best, maar ze zitten aan allerlei regelgeving vast. Vanuit Den Haag worden ze vaak teruggefloten, waardoor er altijd weer mensen tussen de wal en het schip vallen. Neem het inloopschip, dat heeft zoveel subsidie van de gemeente gekregen dat ze vervolgens hebben gezegd dat er een manager van de gemeente moest worden aangesteld. Die manager bepaalde dat de daklozen ook netjes formulieren moesten in gaan vullen en zich aan regels moesten houden. Waarom zijn die mensen nu juist dakloos geworden? Omdat ze zich niet aan regels konden houden.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Ik bezoek graag Jazz in Duketown. Met carnaval ben ik ook in de stad. Om zelf te feesten of als EHBO’er. Eigenlijk is er hier altijd wel iets te doen. Op de Parade, in de Verkadefabriek, of tegenwoordig daarachter bij Koudijs.
Naast al die evenementen geniet ik ook van lekker op een terrasje gaan zitten, in het zonnetje. Dat kan hier uitstekend. Het vreemde is, het zit hier altijd vol. Je moet altijd op zoek naar een leeg plekje. Zelfs bij 10 graden. Je hoeft hier dan ook met niemand af te spreken, je gaat de stad in en komt vanzelf mensen tegen. Dat is leuk.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Ik zit bij de EHBO-vereniging en ik werk natuurlijk bij de Vincentius Vereniging. Dat is het eigenlijk wel.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Een vrouw! Wel een stoere vrouw, maar het is een vrouw. Geen twijfel over. Het moet hier mooi worden, we zijn niet vies van wat opsmuk. En er zijn heel veel mannen die ervan houden, dus het moet wel een vrouw zijn.”

Heb je een herinnering aan een bijzondere ontmoeting?
“Ja, met Jan Bluyssen, de oud-Bisschop van de Sint-Jan. Daar had ik bijna iedere ochtend een gesprekje mee. Ik heb een tijd lang in de Verwersstraat gewoond, om de hoek van waar hij woonde. Als hij zijn wandelingetje maakte en ik bijvoorbeeld naar mijn werk ging, dan maakten we altijd een praatje. En dat kon overal over gaan. Het was een leuke man, die wist wat de mensen wilden en niet uit de hoogte deed. Jaren later kwam ik hem weer tegen bij de Mariënburg waar hij zijn laatste levensjaren heeft doorgebracht. Na zijn overlijden heb ik voor Vincentius zijn kamer leeggemaakt.”

Als jij zou mogen kiezen, wie zou dan de volgende burgemeester van Den Bosch moeten zijn? (wie dan ook, zonder na te hoeven denken over of dat realistisch is)
“Jan Marijnissen. Dat vind ik een capabele man. Een Brabander die toch onze cultuur kent, ook al komt hij niet uit Den Bosch. Iemand die voorbij de provincie kan kijken. Hij heeft veel contacten en niet perse alleen in Den Bosch, dus geen ons-kent-ons. Dat lijkt me wel een goeie.”