Buffi Duberman

L_001079
Buffi Duberman (1968)

Locatie: Azielzoekerscentrum Rosmalen – Autotron

“Ik wilde graag hier gefotografeerd worden, om te laten zien dat dit ook Den Bosch is. Dit is ook een deel van onze gemeente. Ik weet dat veel mensen erg benieuwd zijn om te zien wat er hier gebeurt, maar ze durven hier haast niet naartoe te komen, daar is nog steeds een drempel. Ik kom hier al heel lang een aantal uur per week en dit is een soort tweede thuis geworden voor me. Als anderen dat zien, dan maakt dat het misschien ook iets toegankelijker voor ze.”

% feitelijke Bosschenaar: 0%
% Gevoels Bosschenaar: 0%

“Ik ben geboren in Brooklyn en nadat ik was afgestudeerd mocht ik van mijn ouders zes weken reizen voordat ik ging werken. Alles was min of meer geregeld; ik had een baan voor als ik terugkwam en ik had een vriend. Ik ging toen met mijn beste vriendin door Europa reizen, het type reis van ‘zeventien steden in twee dagen’. In de trein richting Praag raakte ik aan de praat met iemand die mij Engels hoorde spreken en zij vroeg me toen vrijwel direct: ‘Wil jij een Engels taleninstituut met mij oprichten?’ En ik zei meteen ‘ja’, dus toen ben ik na mijn vakantie in Praag begonnen te werken. Iets later op mijn reis ontmoette ik in Barcelona een hele leuke man, die me op een gegeven moment vroeg of ik naar Nederland kwam. Dat wilde ik wel, maar dan wilde ik ook meteen Nederlands leren. Toen heeft hij de nonnen in Vught gebeld. Daar werd ik meteen aangenomen als docent en tussen de bedrijven door heb ik Nederlands geleerd. En met die man woon ik inmiddels al heel wat jaren in Den Bosch.

Ik weet niet wat het is om me een Bosschenaar te voelen. Ik ben een buitenbeentje en daar heb ik vrede mee inmiddels. Ik ben mijn hele leven al zo geweest, ook in Amerika. Ik ben gewoon mezelf. Dus, nee ik kan niet zeggen dat ik me Bosschenaar voel.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“De gebouwen en al het water en ik vind het heel mooi dat het kleinschalig is en dat er tegelijkertijd – bijna – genoeg te doen is. De Verkadefabriek vind ik mooi. En de polder, het Bossche Broek, dat vind ik heel bijzonder. Er wonen hier aardige mensen, je kunt er goed eten, drinken en winkelen. Ik heb veel studenten op o.a. de Rockacademie en voor hen is Den Bosch een ‘oude tante-stad’; daar ga je koffie drinken met je tante, daar ga je niet stappen.

Ik zie de stad ook regelmatig met de ogen van een buitenstaander, als er familie uit Amerika overkomt, of als ik mijn Syrische vrienden uit Rosmalen meeneem naar de stad. Ik neem ze dan mee naar de bibliotheek of naar de Sint-Jan. Zij kunnen dan echt genieten van die gebouwen en van de stilte. Stilte is zo’n geschenk, zeker als je dat al maanden niet hebt ervaren. In het AZC is namelijk geen stille plek te vinden. Onlangs zijn zij ook naar Amsterdam geweest voor de eerste keer. Toen ze terug waren, vroeg ik ze hoe ze het daar vonden, waarop ze zeiden dat ze Amsterdam een grote boze stad vonden en dat Den Bosch echt wel mooier is.”

Wat is er lelijk?
“Dat geldt misschien niet voor Den Bosch alleen, maar ik vind het niet fijn dat er zoveel regelgeving is voor mijn Syrische vrienden, dat het zo lang duurt voordat zij kunnen inburgeren.

En de binnenstad tijdens carnaval, die vind ik dan een beetje eng. Ik ben bang van grote mensenmassa’s, zeker als ze drinken. Ik ben natuurlijk niet met carnaval opgegroeid, maar ik voel me dan niet echt op mijn gemak. Aan de andere kant ken ik ook de verhalen van mensen die bij de begrafenis van Knillis in tranen op de markt staan en dat vind ik wel weer mooi.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“De stad biedt me genoeg mogelijkheden om mensen te leren kennen en tegelijkertijd kan ik er ook anoniem ‘mijn ding’ doen; dat is goed in evenwicht. Het geeft me ook een gevoel van rust en vrijheid, bijvoorbeeld als ik door de polder fiets. Ik heb nooit een soort ‘urban’ gevoel hier; dat heb ik wel in Rotterdam. Als ik daar over straat loop met koffie in mijn hand, dan denk ik wel eens ‘Oh, it’s almost New York’, weet je wel? Maar dat heb ik nooit in Den Bosch gehad.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Een andersdenkende vrolijke buitenlandse noot. Ik wil mensen eraan blijven herinneren dat ze lief voor elkaar moeten zijn. En dat als je uit een ander land komt, dat dat geen straf is. En als we het woord ‘vluchtelingen’ veranderen naar ‘oorlogsslachtoffers’ – wat deze mensen uit Syrië eigenlijk zijn – misschien dat mensen dan anders gaan denken.

Waarom ik hier als vrijwilliger werk en help? Omdat ik dit niet niet kan doen. Een heel andere situatie, maar ik ben ook hierheen gekomen met niks. Ik kende één iemand. Ik moest ook de taal leren, ik moest ook mijn weg vinden. Ik had een heel andere reden om hier te komen, maar ik weet hoe het is hier om in de supermarkt te staan en dat je dan geen één verpakking kunt lezen. Ik weet heel goed hoe het is om in een bus te stappen en dat je dan bijna niet durft te vragen bij welke halte je eruit moet. Ik weet heel goed hoe dat is. Met mij is dat goed gekomen en ik wil ook dat dat met hen goed komt. I want to show them you can come here and know nobody and you can still have or build a great life.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Ik vind Den Bosch een travestiet. Die heeft een beetje stoerheid van een man en die is prachtig, heel sierlijk en heel mooi aangekleed.”

Heb je een herinnering aan een bijzondere ontmoeting in de stad?
“De eerste keer dat ik een verblijfsvergunning kreeg, ging ik met mijn man direct naar Jan de Groot om een Bossche Bol te eten. Dat vond ik wel bijzonder. De eerste keer in de Sint-Jan vond ik ook heel bijzonder. De stilte daar.”