Arthur Hoyer

Arthur
Arthur Hoyer (1957)

Locatie: Cafetaria de Dageraad, Dageraadsweg

“Ik woon en werk hier al sinds 1977. Voordat ik deze zaak ging doen, hebben mijn schoonouders en een zus van mijn schoonmoeder erin gezeten. Dus dit is al vanaf 1962 een friettent. Dat was laatst best raar trouwens: de gemeente kon de friettent niet vinden in hun bestanden; ‘We kennen cafetaria de Dageraad helemaal niet’, zeiden ze. Ik zei ‘Dat is vreemd; ik betaal de belasting, precariorechten, de WOZ, de reinigingsrechten en alles. Dus ik mag wel betalen, maar ik mag niks verkopen?’ Maar na een klein onderhoud op het stadskantoor kort geleden was het allemaal geregeld, als het goed is.”

% feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Ik ben hier aan de overkant geboren aan de Rembrandstraat, daarna heb ik even in Orthen gewoond en toen zijn we naar de Kruiskamp verhuisd. Daar heb ik ook mijn vrouw leren kennen. Ik voel me 100% Bosschenaar, geen enkele twijfel. Ik ben profvoetballer geweest (o.a. bij PSV, Fortuna en FC Den Bosch) en in het verleden kon ik in Hong Kong en in Portugal gaan voetballen en daarmee goed geld verdienen. Dus ik zei tegen mijn vrouw: ‘we kunnen een goeie klapper gaan maken in het buitenland’. Maar zij zei meteen: ‘ik ga niet mee’, waarop ik weer zei: ‘maar dan ga ik ook niet’. Ik ben echt een familieman en geld is niet alles. Gezelligheid en familie, wat ik hier in de buurt ook vind, da’s veel belangrijker.

Als ik op vakantie ga en ik kom daarna over de A2 weer terugrijden en ik zie skyline van Den Bosch en de Sint-Jan, dan denk ik: ‘hèhè, eindelijk weer thuis’. We hebben hier natuurlijk een druk leven met de zaak enzo, maar we gaan ook wel eens naar Italië bijvoorbeeld. Maar goed, dan bel je toch iedere dag wel een keertje naar huis. Da’s heel raar misschien, maar ja, dat zit er gewoon in. En als we op vakantie gaan, dan is dat vaak in september. Maar dat is het hier in de buurt ook juist een leuke tijd; de mensen zitten veel buiten en komen hier ook op het terrasje nog buurten en da’s dan gewoon gezellig. Dus daarvoor hoeven we eigenlijk niet weg.”

Wat is er mooi aan de stad?
“We hebben een heel gezellig centrum, ik loop zo het Prins Hendrikpark in. Als je ziet hoe dat gebruikt wordt tegenwoordig door heel veel mensen, da’s echt Amerikaans. Ze zitten te barbecueën, ze liggen te zonnen, ze skaten, ze sporten, alles. Dat vind ik heel mooi. Ik ga regelmatig naar de Sint-Jan. Even een kaarsje aansteken. Ik kan zo niet precies zeggen waarvoor, maar ja, dat doe ik gewoon. Dat zit van binnen. Ik ben – net als bijna iedere Bosschenaar – gedoopt natuurlijk, maar ik ben verder niet gelovig. En toch ga ik regelmatig de Sint-Jan binnen.

Ik ben 59 jaar en ik loop al jarenlang regelmatig door de Hinthamerstraat en soms zie ik dan bijvoorbeeld ineens een bord hangen dat ik nog niet eerder had gezien, wat er waarschijnlijk mijn hele leven al hangt. Dat vind ik dan leuk. De stad blijft me verrassen.”

Wat is er lelijk?
“De markt. Die stenen die ze daar hebben neergelegd, dat snap ik niet. En ja, ach, die Put. Hij staat er, maar ik ben er niet echt kapot van; het had voor mij niet gehoeven. Het is meer een wensput geworden, want veel mensen gooien er nu hun geld in.

Als ik de stad inloop, kom ik trouwens over de – tijdelijke – Bartenbrug. En zoals die er weer uit komt te zien, da’s bijna een kopie van de oude brug, alleen dan in een moderne vorm. En al die poespas van het eerdere ontwerp, dat had voor mij toch niet gehoeven. En ja, dat er dan zoveel tijd en geld overheen gaat – misschien leren ze er iets van.

De afgelopen veertig jaar is wel veel veranderd in de wijk. Het is nog steeds gezellig, maar het is er niet gezelliger op geworden. Er zijn heel veel kamerbewoners, die doen niks aan hun huizen, en daar wordt het niet gezelliger van. Vroeger hing overal het touwtje uit de deur, dat zie je hier ook bijna niet meer.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Werk, geborgenheid, gezelligheid. Ik voel me hier thuis, ik kan niet zeggen wat nog meer. Wat ervoor zorgt dat ik me hier thuis voel? Dat kan ik eigenlijk niet omschrijven, het is gewoon een fijn gevoel dat ik hier heb in de stad.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Weinig. Ik doe mijn ding, ik probeer mijn werk zo goed mogelijk te doen en ik help mensen waar ik kan. Ik leef mijn leven. En we koken hier vaak voor iedereen. Mijn schoonzuster eet altijd hier, mijn schoonmoeder ook. We koken altijd zoveel. Dus dan brengt mijn schoonmoeder een bordje naar de buurman, die is gescheiden, dus dan hoeft die niet zelf te koken. Als er iets over is, dan gaat er nog iets naar een oud vrouwtje aan de overkant; is er dan nog iets over, dan neemt ze het mee naar de flat voor anderen. Dus op die manier zorgen we wel een beetje voor de mensen hier. We zitten hier regelmatig met veertien of zestien man te eten. Dus daar heb ik het wel druk mee, maar ik zou het ook niet anders willen.

Met de cafetaria zijn we ook wel een soort aanspreekpunt. Mensen die familieleden hebben die ziek zijn of zo, of ze hebben financiële problemen, of iets met de gemeente, die komen dan toch naar mij toe en vragen me of ik een idee heb hoe ze dat kunnen oplossen. En soms kan ik dan helpen en soms zeg ik dat ze beter naar de wijkwinkel kunnen gaan, die hier tegenwoordig zit. Die nemen mij een hoop werk uit handen.
Of een oud vrouwtje hier uit de buurt, haar man is overleden, dan staan wij gerust mee te grienen met die mensen. Dat vinden wij helemaal niet erg. En het is fijn dat die mensen dan toch naar ons toekomen daarmee.
En ik hoor zo ook wat er allemaal gebeurt in de rest van de stad. Ik heb twee kranten, maar ik heb eigenlijk geen krant nodig. Ik hoor het allemaal wel uit de buurt hier.”

Wat kan Den Bosch nog van een andere stad leren?
“Ik ben met voetballen in veel steden geweest, maar daar heb ik eigenlijk nooit iets gezien waarvan ik dacht: ‘had Den Bosch dat ook maar’. De stad heeft eigenlijk alles wel, behalve goed weer.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Als ik naar de Sint-Jan ga en ik sta bij het Maria-altaar, dan denk ik wel een vrouw. Maar voor de rest weet ik het niet zo.”

Heb je een herinnering aan een bijzondere ontmoeting in de stad?
“Volgens mij was het in 2000, dat Máxima en Alexander in de stad waren. Mijn dochter was dat jaar wereldkampioen linedancen geworden en toen kwam de burgemeester hier vragen of mijn dochter een bloemetje wou overhandigen aan Máxima. Dus toen kwamen ze op hun wandeling door de stad in de Visstraat en daar stond mijn dochter klaar met een bloemetje. Dat was wel een mooi moment, zeker voor mijn dochter, want niet iedereen kan haar zomaar een handje schudden.”