Antoine Pijnenburg

L_001299
Antoine Pijnenburg (1975)

Locatie: Pand 18 / voormalige IVO Mavo Sint-Josephstraat

Mijn vader heeft hier ooit op school gezeten. Toen was het nog een ander soort school. Mijn broer heeft hier op de IVO Mavo gezeten en ik ben na omzwervingen langs een aantal middelbare scholen ook hier terecht gekomen heb hier mijn Mavo gehaald. Als ik aan mijn middelbareschooltijd denk, dan denk ik altijd met liefde en plezier hieraan terug, aan dit gave gebouw midden in het centrum. Als ik door de stad loop, komen ook regelmatig herinneringen opborrelen uit die jaren. Ik heb hier een hele mooie tijd gehad, leuke ervaringen, toffe docenten en er hing gewoon een goede sfeer.”

% Feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Ik ben een echte Bosschenaar, geboren en getogen. Pijnenburg is ook een echte Bossche/Tilburgse familie, dus onze roots liggen echt hier. Ik heb hier ook altijd gewoond, op een korte periode in Amersfoort na. Maar dat beviel me niet zo, dus ik was altijd blij als ik weer in de trein naar Den Bosch zat en de Sint-Jan weer langzaam zag opdoemen. Dan kwam ik weer thuis.

Ik voel me ook 100% Bosschenaar, zonder twijfel. Ik ga bijvoorbeeld ook graag naar FC Den Bosch toe. Niet meer zo vaak als vroeger, maar mijn zoon voetbalt nu, dus heb ik hem laatst een keer meegenomen naar het stadion. Vroeger heb ik de mooie successen meegemaakt, toen ze nog in de oude Vliert speelden. Sindsdien is er natuurlijk veel gebeurd daar; een aantal kille zaken als overnames e.d. en dan voel je je minder verbonden met je club, maar wie weet komt dat nu wel weer terug.”

Wat vind je mooi aan Den Bosch?
“Het centrum sowieso. De warmte die de stad heeft, het echte Bossche, Bourgondische, dat voel je in alles terugkomen in Den Bosch. De Bourgondische energie straalt van het centrum af. Het is heerlijk om door de Uilenburg te lopen.

De volkswijken ook. De openheid van de echte Bosschenaar komt daar mooi naar voren. Wat ik ook mooi vind is toch dat we de historie koesteren in Den Bosch. En zaken als Jazz in Duketown, Carnaval, de Boulevard, dat wordt allemaal terecht in ere gehouden.

De Sint-Jan is het mooiste gebouw in de stad. Zonder twijfel Het blijft een aparte kerk natuurlijk, een echte kathedraal met een Romaanse toren, dat is heel bijzonder, dat zie je nergens anders. De beeldjes, de Erwtenman, de complete historie ervan is heel mooi. De kerk symboliseert Den Bosch voor mij; dat hele aparte en toch dat vertrouwde.”

En lelijk?
“Zodra je het centrum uit bent (en dat is bij veel meer steden zo), stuit je op nieuwbouw en dan is de overgang vaak niet mooi. De buitenwijken hebben eigenlijk altijd een kille uitstraling en dat vind ik erg jammer. Daar zouden ze meer aandacht voor moeten hebben.

Ik vind het overigens wel mooi wat ze bij het Gasthuiskwartier, waar het ziekenhuis heeft gestaan, gaan doen. Daar breken ze de recentste en lelijkste gebouwen af en ze zetten er nieuwbouw neer in lijn met de omgeving en wat er aan oudbouw blijft staan. Daar komen winkels en woningen en dat vind ik daar heel erg kloppen.

Ik vind trouwens ook dat ze minder aandacht moeten besteden aan zaken zoals het opnieuw opbouwen van een Pieckepoort op het Heetmanplein. Mensen hebben daar geen herinneringen aan, dus daar moet je je geld niet in stoppen. Zo’n quasi-historische poort, daar heeft niemand wat aan. Dus dat vind ik zonde van het geld. Stop dat liever in zaken waar mensen wel herinneringen aan hebben of aan kunnen gaan opbouwen. Dat is veel belangrijker. Verder ben ik vrij content met Den Bosch.”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Warmte en cultuur. Als ik in de stad ben, dan kom ik graag in de restaurantjes e.d. Wat jammer is, is dat de kleine bioscoopjes er niet meer zijn. Vroeger had je in de Muzerije het kleine filmtheatertje, dat is opgegaan in de Verkadefabriek. Dat die kleine plekken verdwijnen vind ik wel heel spijtig. Die hebben toch hun eigen identiteit en sfeer.

Den Bosch is echt mijn thuis. Als ik uit de stad ben geweest, dan ben ik blij dat ik er weer ben. Dat thuisgevoel heb ik door heel de stad heen, niet alleen in het centrum.

En er zijn natuurlijk nog steeds plekken die je niet kent. Er blijft altijd iets te ontdekken. Zoals die messenwinkel bij het Kerkplein; ik ben er pas een paar jaar geleden achter gekomen dat er een guillotine in de deur zit en dat de etalage de vorm van een mes heeft. Dat zijn dan leuke ontdekkingen.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Ik hoop dat ik namens de stad een goede ambassadeur ben, mocht ik ooit buiten de stadsgrenzen komen. Dat ik het Bourgondische dat Den Bosch heeft, kan uitdragen naar andere mensen toe. Ik doe zelf ook mijn best om Bourgondisch te zijn, haha!

Dus ja, het hartelijke gevoel dat ik probeer uit te stralen. Dat is ook wel Bosschenaren eigen, denk ik. Bosschenaren staan altijd klaar voor een praatje; zijn heel open; als je ze normaal behandelt, zullen ze jou ook altijd normaal behandelen. Als je ze niet normaal behandelt, dan heb je misschien weleens een probleem. Ik denk dat we daar buiten de stad ook wel om bekend staan, maar zo ervaar ik het hier helemaal niet.”

Welke ambitie mag de stad nog meer hebben?
“Het bevorderen van talenten. Daar moeten we zuinig op zijn. De stad krijgt een nog grotere aantrekkingskracht, als de jeugd de kans krijgt, daardoor krijg je ook weer verjonging van de stad. En dat zou een mooie mix zijn met het historische; dat is nog niet altijd even goed in balans. Er is wel wat ruimte voor vernieuwing, maar we mogen zeker ook meer naar de jeugd luisteren en daarvan leren. Als je kijkt naar andere steden, wat voor talent daar opstaat op het gebied van kunst, cultuur, sport, dan denk ik dat we hier toch een beetje achterblijven, zeker als de hoofdstad van Brabant.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Een Bourgondische man. Iemand die heel veel verhalen in zich heeft, die misschien niet op het eerste gezicht te zien zijn. Maar als je er tijd en moeite in steekt, dan komen die verhalen naar boven. En dan kletst ‘ie maar al te graag met je.

Den Bosch heeft ook wel iets zorgzaams, dus dat is dan de vrouwelijke kant van die levensgenietende man.”

Herinnering aan een bijzondere ontmoeting
“Tijdens de allereerste date met inmiddels mijn vrouw, hebben we de Sint-Janstoren beklommen. Dat was wel heel bijzonder. Zij komt ook uit Den Bosch en woonde al bij mij in de buurt, maar op een gegeven moment heb ik de stoute schoenen aangetrokken en haar gevraagd of ze zin had in een toffe date bovenop de Sint-Jan. En de rest is geschiedenis, zullen we maar zeggen.”