Annemiek Kranen

L_000694-bewerkt
Annemiek Kranen (1973)

Locatie: de populierencirkel in het Zuiderpark

“Ik had in ’99 een soort geheime affaire. Zij kwam uit Den Bosch en dat was ook mijn eerste kennismaking met Den Bosch. Ik kwam dan met de trein vanuit Arnhem en dan pikte ze me op en de eerste keer zijn we hier naartoe gefietst en toen hebben we hier ook voor de eerste keer heimelijk gezoend. Daarop volgde een exploderende verliefdheid en die heeft er voor gezorgd dat ik in Den Bosch ben komen wonen, voor haar. Dat begon dus hier en daarom staan we nu hier.”

% feitelijke Bosschenaar: 0%
% Gevoels Bosschenaar: 40%

“Den Bosch is voor mij een redelijk inwisselbare stad. Ik voel me hier fijn en prettig, maar als het niet voor de liefde was, dan was ik niet hier naartoe gekomen. Ik voel me er wel oké hoor. En ik besef dat dat gevoel ook te maken heeft met het feit dat ik een half jaar per jaar in Italië woon en dus steeds maar een half jaar in Den Bosch ben. Als ik fulltime in Nederland zou wonen, zou ik niet persé Den Bosch kiezen.

Nou klink ik misschien wel heel negatief, maar ik geloof dat ik vooral oprecht kritisch ben. Ik heb zeker een betrokkenheid met de stad, maar ik ben er nog niet helemaal tevreden mee. Misschien zou ik zelf daar ook eens iets in kunnen ondernemen.”

Mooi en lelijk
“Ik vind Den Bosch nu pas mooi worden, nu het echt in ontwikkeling is met al die – ik noem het even – roestprojecten die overal oppoppen, dat vind ik echt een hele gave ontwikkeling. Die Corten-staal projecten, zoals de Paleisbrug en vooral ook het nieuwe Bastion Maria, dat zijn dingen, die vind ik echt heel gaaf. En omdat ik ieder jaar een half jaar weg ben, zie ik die dingen ook in één keer verschijnen. Dan zie ik niet de aanloop of de bouw ervan, maar dan zijn ze er in één keer. Dat voegt esthetiek toe aan de stad. Maar ook sfeer. Dat terras daar bovenop het bastion, dat is echt lekker om te hangen en te kletsen en is goed voor spontane ontmoetingen. Dat maakt het ook wat stadser, want ik vind het eigenlijk een uit de kluiten gewassen dorp. Dat soort niet-geforceerde plekken vind ik dan heel fijn.

En lelijk?
Ik vind de Bosschenaren wel grauw. Maar – en daar kwam ik laatst achter – ook dat heeft te maken met het feit dat ik de mensen hier alleen maar in het najaar en de winter zie. Afgelopen jaar was ik voor het eerst in acht jaar weer eens in een zomers Den Bosch en toen zag ik dat de mensen helemaal niet alleen maar grauw en grijs en bewald zijn. Die zijn gewoon leuk. Toen ik hier kwam wonen was ik een beetje gedesillusioneerd door de bevolking.  Ik dacht: ‘Er is een Kunstacademie, dus er zal wel een cultureel geïnteresseerd publiek zijn’ maar dat viel toch tegen. Ik had de stad alternatiever verwacht, qua culturele dingen buiten de deur en qua mensen.”

Trots en tenenkrommend
Het Mariapaviljoen. Daar ben ik wel echt trots op. En niet alleen omdat ik er werk, maar dat vind ik een heel gaaf ding, daar mág ik echt werken. Ik vind dat een fantastische herbestemming, die in sfeer een hoog Berlijn-gehalte heeft en dat vind ik erg gaaf.

Wat mijn tenen kromt?
Wie zegt dan niet de Bartenbrug? Dat zoiets nog kan anno nu, dat daar zoveel geld naartoe gaat en ook weer verdwijnt. Arme Bettina Krol die daar geen vis meer verkoopt. En het kleine, die dorpse instelling. Het mag groter, dynamischer, het is wat gezapig allemaal. Die dynamiek, die zou je kunnen vinden in bijvoorbeeld de organisatie van evenementen, of dat er meer buiten de deur te doen is. Ik weet vaak niet waar ik naartoe kan ’s avonds. Dan heb je de Palm, De Keulse Kar, de Verkadefabriek, die helaas wel steeds grijzer wordt. Er wordt maar weinig georganiseerd. Er wordt veel geld in de esthetiek van de stad gestoken, maar het tintelt niet, het bruist niet. Ik weet ook niet hoe je dat hier zou kunnen bewerkstelligen.”

Mijn ambitie voor de stad?
“Tinteling. En verrassing. Er mogen meer onverwachte dingen gebeuren. En dat kan in kleine dingen zetten. In Arnhem hebben ze een enorm beeld van een roze aardvarken in een park neergezet. Dat vind ik iets heel gaafs, wat misschien wel teveel geld kost, maar het is ook een plek waar je even losgemaakt wordt van alles, juist omdat daar zo’n enorm roze varken ligt. Dat rafelige vind ik heel fijn. Dat maakt Berlijn ook zo’n goede stad. Als je bij A bent, heb je het idee dat je bij B iets mist. Er is altijd iets te doen. Dat is die tinteling die ik bedoel. Amsterdam heeft dat bijvoorbeeld ook. Op het moment dat je het station binnenrijdt, dan krijg ik al bijna buikpijn, van ‘wow, hier gebeurt iets’. Spannend vind ik dat.”

Den Bosch M/V
“Den Bosch is een man. Ik vind de stad wat gesloten en ongevoelig. Er heerst ook een bepaalde anonimiteit die ik dan wel weer prettig vind. Dan ben ik hier en dan kan ik even verdwijnen en dat is wel lekker soms.”