Angelique Wels

L_000887
Angelique Wels (1977)

Locatie: De Papenhulst

“Dit was wel echt een sleutelplek voor me; hier heb ik wel echt het gevoel gehad dat ik thuiskwam. Ik zat hier op school. Op de Havo/MBO die hier toen nog zat en dat was te gek, een hele fijne school. Die gaf me een gevoel van vrijheid. Dat was een soort smeltkroes met allerlei verschillende mensen. Op mooie dagen liepen we dan naar de Zuidwal, ook wel een favoriet plekje van me. We hadden soms ook les op de Sint Janssingel, dus dan ging je in de kleine pauze dwars door de stad naar je volgende les. En op vrijdagmiddag naar de oude Boulevard, het weekend inluiden. Heerlijk was dat.

Als je hier trouwens de prachtige nieuwe parkeergarage komt uitgelopen, zo net voordat je die muur doorloopt, dat is net een schilderij. Je ziet alleen maar natuur, terwijl je midden in de stad staat. Dat hebben ze heel mooi aangelegd. En dan kom je door de muur heen en dan zie je hem meteen al staan daar, die mooie Sint-Jan.”

% feitelijke Bosschenaar: 100%
% Gevoels Bosschenaar: 100%

“Mijn vader is opgegroeid in de Graafse Wijk en mijn moeder is ook in de stad opgegroeid. Ik heb altijd wel in Den Bosch gewoond. Ik zie mezelf hier wel oud worden. Ik kwam vaak met mijn oma in de stad, dan gingen we naar de kermis, of samen shoppen. Eigenlijk ben ik ook in Antoniegaarde opgegroeid. Mijn moeder had daar een kapsalon in het souterrain en op zaterdagochtenden hielp ik haar mee, of dan ging ik een boodschap doen voor die mensen. Ik woon nu in Vught, maar ik voel dat ik heel erg Bosch ben. Ik heb voor mijn werk veel gereisd door Nederland en België, maar altijd als ik dan weer op het station kwam – vooral het oude station – en dan zag ik die draak, ja, dan was ik weer thuis. Dat thuis zijn zit hem in de schoonheid, de waardering voor de schoonheid en ook wel echt de mensen. Den Bosch is gewoon een jas die lekker zit. Op de ene hoek heb je ooit eens staan zoenen, op de andere hoek heb je je kind een keer op z’n giechel zien gaan over een steen. Overal zit herinnering.”

Wat is er mooi aan Den Bosch?
“De Uilenburg is natuurlijk heel mooi. Da’s een gebied dat de afgelopen tien jaar weer heel erg ontwikkeld is. De ondernemers die daar zitten, die passen echt bij het straatbeeld, die zitten daar omdat ze daar willen zitten. In dat kleine, intieme stukje. Dat geldt trouwens wel voor heel Den Bosch. We hebben hier geen restaurantketen zitten, buiten de fastfoodbedrijven, want dat werkt gewoon niet hier. Bosschenaren willen gewoon weten wie er achter de toog staat, of wie er uiteindelijk zijn auto van rijdt. De gastvrijheid hier vind ik ook mooi. Ik denk dat de Bossche horeca, waar ik zelf ook werk, daar echt heel goed in is.
En al die ‘armen’ die naar de Markt leiden; De Vughterstraat, de Hinthamerstraat. Alleen die arm naar het Loeffplein toe, de Marktstraat, die snap ik niet helemaal.

Uiteindelijk zijn we gewoon heel dorps; Den Bosch is echt geen stad te noemen. Die kathedraal is eigenlijk ook buiten proporties groot, binnen het dorp dat we zijn. Dat maakt hem hier hét pronkstuk. Dat voelt ook wel typisch Bosch, trouwens, dat pronken.”

Wat is er lelijk?
“We zijn ook ontzettend gesloten en stug. De gemeente ook. Die houding van ‘we doen het al jaren zo, dus waarom zouden we veranderen?’ Het zijn de geijkte festivals en festiviteiten die de ruimte krijgen. Het begint wel te veranderen. De Verkadefabriek vind ik daar wel een goed voorbeeld van. Je ziet daar mensen kijken: ‘Oh, zo kan het ook!’. Da’s wel heel verfrissend. Ik heb wel het idee dat Den Bosch daarin begint te komen. Met die faculteit ook, aan de Sint-Janssingel, dat vind ik wel goed. Laat die studenten maar komen. En zie ze dan maar te behouden voor de stad.
Oh ja, en het Brabants Dagblad-gebouw. Daar snap ik niks van. Daar heeft een ont-zet-tend mooie kerk gestaan en die moet dan wijken voor zo’n gebouw?”

Wat heeft de stad jou te bieden?
“Een thuis. Daar is alles wel mee gezegd.”

Wat heb jij de stad te bieden?
“Wat ik zelf te bieden wil hebben en wat ik mijn kinderen wil meegeven is vooral: creativiteit, het net buiten de lijntjes kleuren. Ik wil me daar ook wel sterk voor maken. Om die creativiteit in de stad meer ruimte te geven. Hoe weet ik nog niet, maar dat lijkt me mooi. Dat mag de stad nog wel wat meer hebben. Het openstaan voor het andere ook. Kijk, wat er nu gebeurt met het Jeroen Bosch-jaar, dat er zóveel aandacht wordt besteed aan kunst en cultuur, dat mag van mij wel blijven. Want dat mis ik af en toe wel.
We hebben ook nergens een wijk waar kunstenaars zijn gaan wonen en zijn gaan creëren; die dynamiek, die mis ik hier wel. En ik hoop dat het op den duur bij de Tramkade gaat lukken, maar omdat ze het zo strak willen controleren allemaal, wordt het moeilijk. Dus laat het los, laat het gebeuren. Geef mensen de ruimte.”

Is Den Bosch een man of een vrouw?
“Da’s een lastige. De warmte, de natuur, het groen, het nest, dat is uitgesproken vrouwelijk. Vanuit de boezem gedacht, en als ik in de Sint-Jan kom bij het Mariabeeld, dan voel ik me daar als vrouw door een vrouw welkom geheten. Maar de trots, op de schoonheid en de rijkdom van de historie, dat is wel heel mannelijk.”

Wat kan Den Bosch nog van een andere stad leren?
“Ik voel me ook echt thuis in Antwerpen en dat is wel echt een stad. Dat mis ik hier af en toe. We mogen soms wel net iets meer stad zijn. Net effe buiten de lijntjes kleuren, ook een rommelig stukje hebben ergens. Het is hier wel erg binnen de lijntjes allemaal. Ik vind dat we daarin ver doorslaan. Dat is hier ook met mensen; als je net wat anders bent, dan ben je gelijk echt anders.”

Heb je een herinnering aan een bijzonder moment, of een bijzondere ontmoeting in de stad?
“Ik kom regelmatig een kaarsje opsteken bij de Heilige Moeder Maria. En ik was daar een keer met mijn kinderen, die toen nog heel klein waren. Die waren natuurlijk sowieso al enorm onder de indruk van die grote kerk, de sfeer en de Mariakapel. Toen we ons kaarsje hadden opgestoken en wegliepen, kwam er een zustertje naar ze toe en zij gaf ze een rozenkransje. En het allerleukste daaraan was, dat het een glow-in-the-dark rozenkransje was. En dat hebben ze nu nog steeds. Dat was wel echt een bijzondere ontmoeting voor mij en mijn kinderen.”