Albert Caron

Albert Caron
Albert Caron (1944)

Locatie: De Markt

“Ik zit hier nu aan de Markt, op een bankje dichtbij het stadhuis. En daar ben ik getrouwd, inmiddels 30 jaar geleden. Dus ik vind dit wel een mooie plek, ook om nog even bij stil te staan bij mijn trouwdag.”

% feitelijke Bosschenaar: 0%
% Gevoels Bosschenaar: 75%

“Ik ben Amsterdammer en in 1971 ben ik ‘afgezakt’ naar het Zuiden, zoals mijn familie dat toen zei. Maar Den Bosch is het Amsterdam van het zuiden, dus ik heb het hier echt prima naar mijn zin. Inmiddels voel ik me toch wel voor driekwart Bosschenaar. Ik heb het grootste gedeelte van mijn leven hier gewoond. Hier speelt mijn leven zich af.”

Mooi en lelijk
“Wat ik mooi vind aan de stad? Den Bosch is goed gerestaureerd, met bijvoorbeeld de Binnendieze en de Vestingwerken, die vind ik echt goed geslaagd. Heel mooi dat je daar weer wat van ziet en dat het ook weer functioneert. Daar kan ik wel van genieten.

Aan de andere kant zijn er hier en daar wel wat lelijke vergissinkjes gemaakt. Ik hou erg van de historie van de stad en als je bijvoorbeeld naar de Stationsweg kijkt en daar dan het pand van het Juridisch loket ziet staan. Tja, dan denk ik echt: “Hoe heeft men het kunnen doen?” Een klein modern pandje aan de Smalle Haven tussen die prachtige oude huizen, oké. Maar zo’n groot pand in de entrée van je stad, dat is wel echt een grote vergissing.”

Wat maakt je trots op Den Bosch?
“Er is niet iets specifieks dat me trots maakt op de stad, maar ik vind het fijn om Bosschenaar te zijn. Ik zou hier niet gauw weggaan, naar het platteland of zo, voor mijn oude dag. Ik voel me wel verbonden met de binnenstad.”

Wat kromt je tenen?
“Hoe de politiek hier werkt in Den Bosch, vroeger bemoeide ik me er niet zo mee, maar sinds ik gepensioneerd ben, ga je je er wat meer in verdiepen, van “hoe gaat dat eigenlijk, hier?”, ja en dan zie je – dat gaat heel raar hier, vind ik. Ik heb me het afgelopen jaar wel druk gemaakt over een paar dingen, onder andere over dat Puthuis. Want hoe is het mogelijk dat er zoiets uitkomt, hoe heeft men hiervoor kunnen besluiten en oude afspraken en besluiten ineens kunnen vergeten? Maar ja, onder druk van het ‘heilige’ Jeroen Bosch-jaar, wordt alles door de strot geduwd. Het mooiste is toch als je het als stad eens wordt met elkaar en hier was de stad het duidelijk niet over eens. Dus ja, dan moet je het ook niet zomaar neerzetten. Want je zet iets neer voor zo’n 100 jaar, maar het hoort er niet en het had nooit zo besloten moeten worden. En alles went natuurlijk, maar het doet een beetje pijn. Dat puthuis zou een ontmoetingspunt moeten zijn. Een ontmoetingspunt dat verbindt, maar dit verbindt niet, dit splijt en het is een soort lustobject geworden, van “Kijk eens, wat mooi!”

Bieden
“De stad biedt me sfeer, gezelligheid, cultuur. Ik ben echt een cultuurminnaar. Ik zie veel muziekoptredens, exposities en voorstellingen, daar geniet ik erg van. Het feit dat er veel te doen is, gezellig naar de markt op zaterdag, af en toe een terrasje pikken, het sfeertje is hier goed. Het is niet te groot, allemaal overzichtelijk.”

En wat ik de stad te bieden heb gehad? Ik heb diverse bestuursfuncties gehad bij organsaties in de stad, ik heb kunstmarkt ArtiBosch zo’n 23 jaar gerund. Ik heb o.a. de Jonge Ondernemersociëteit opgericht, die nu helaas aan zijn eind is gekomen. Ook van de Hermes Businessclub was ik mede-oprichter en die club bloeit gelukkig nog steeds, met zijn Kunst- en Cultuurfonds waar veel kleinere kunst- en cultuurprojecten van profiteren. Ik heb het altijd wel leuk gevonden om de stad iets terug te geven, omdat je houdt van cultuur en dergelijke.”

Den Bosch M/V
“Den Bosch is eigenlijk onzijdig. Een stad is onzijdig volgens de taalkundige begrippen, Maar goed, op het gevoel, zou ik toch zeggen dat Den Bosch vrouwelijk is. De aaibaarheidsfactor van de stad is hoog en daar streven ze ook wel naar in de stad, denk ik.”